naar top
Menu
Logo Print

RISICOLOOS BOUWEN MET NIEUWE GEVELSTENEN OF RECUPERATIESTENEN

Oud of nieuw: het eeuwige dilemma

Als het gaat om de keuze tussen nieuwe gevelstenen met een oude look of echte recuperatiestenen, raken bouwmateriaalbedrijven het vaak niet met elkaar eens. Terwijl verdelers van recuperatiestenen prat gaan op authenticiteit en een unieke uitstraling, wijzen producenten van nieuwe stenen met een retrolook dan weer op de risico's die het gebruik van oude stenen met zich zou meebrengen; meer bepaald wordt er gewezen op mogelijke vorstschade en het ontbreken van een CE-markering. Maar is die wantrouwigheid tegenover recuperatiestenen wel terecht?

RECUPERATIESTENEN VS. NIEUWE RETROSTENEN

Recuperatiestenen

Recuperatiestenen zijn oude gevelstenen uit afbraakwerken, die daarna worden gereinigd en hergebruikt. Meestal hangt de keuze voor recuperatiestenen samen met een bouwstijl die een authentiek uitzicht vereist, zoals Vlaamse landhuizen en pastorijwoningen.

Retrostenen

Bij nieuwe retrostenen (ofwel stenen met een 'oude look') tracht men tijdens de productie het traditionele uiterlijk van de echte oude stenen na te bootsen. Voor het bakken van de steen wordt er meestal een tunneloven gebruikt, maar af en toe komt er nog een ambachtelijke ringoven aan te pas. Om de stenen uiteindelijk hun oude uiterlijk te geven, worden ze nog eens getrommeld en krijgen ze kunstmatige mortelresten, die nu eenmaal ook op recuperatiestenen te zien zijn.

CE-MARKERING EN PRESTATIEVERKLARING

De prestatieverklaring: enkel voor nieuwe stenen

Een eerste element dat een argument zou kunnen zijn om nieuwe stenen met een retrolook te verkiezen, is het feit dat die van een CE-markering zijn voorzien. Door het aanbrengen van de CE-markering bevestigt de fabrikant dat zijn product in overeenstemming is met de verklaarde prestaties in de prestatieverklaring. Omdat recuperatiestenen niet over een CE-markering beschikken, is de kwaliteit ervan in principe dus niet gewaarborgd. In veel gevallen is de oorspronkelijke producent namelijk niet meer gekend, aangezien het gaat om stenen van vijftig tot honderd jaar oud.

Onhaalbaar voor recuperatiestenen

De discussie of recuperatiestenen een CE-markering moeten hebben, is ook in het buitenland nog volop aan de gang. Er bestaan immers heel wat argumenten voor en tegen. De CPR (Europese Bouwproductenverordening) is van toepassing op producten die voor de eerste keer in de handel worden gebracht, maar ook voor bouwproducten die op de markt worden aangeboden. Recuperatiestenen werden bij het in de handel brengen meestal niet CE-gemarkeerd, omdat de CPR nog niet van toepassing was. Wanneer ze dan door de handelaar op de markt worden aangeboden, zou hij dan zelf moeten instaan voor de bepaling van de essentiële kenmerken volgens EN 771-1, omdat die destijds niet bepaald werden. Dit is in de praktijk echter niet altijd haalbaar. Duidelijkheid over dit alles is er dus nog lang niet.

CE-MARKERING VOOR METSELSTENEN

Een CE-markering geeft aan dat de producent de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de conformiteit van het product met de aangegeven prestaties. Voor metselstenen bestaan er twee niveaus van beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid: nl. systeem 4 en systeem 2+. Systeem 4 betekent dat de typeproeven en de productiecontrole in de fabriek worden uitgevoerd door de fabrikant zonder enige tussenkomst van een 'aangemelde instantie' (notified body). Systeem 2+ betekent dat de producent dezelfde taken uitvoert als onder systeem 4, maar dat een 'aangemelde instantie' (notified body) een initiële inspectie van de productie-installatie en van de productiecontrole in de fabriek heeft uitgevoerd en een permanente bewaking, beoordeling en evaluatie van de productiecontrole in de fabriek uitvoert. In dit geval zal het nummer van deze 'aangemelde instantie' op de CE-markering vermeld staan. De certificatie onder Systeem 2+ slaat op de productiecontrole in de fabriek die de fabrikant uitvoert; er wordt door de 'aangemelde instantie' geen enkele controle op het product zelf uitgevoerd. Indien men meer vertrouwen wil hebben in het product zelf, kan men proeven laten uitvoeren, of stenen nemen van producenten die beschikken over een BENOR-merk of gelijkwaardig. Op de CE-markering dienen niet alle prestaties die de norm voorziet, vermeld te worden. Indien er in het land van gebruik geen wettelijk voorschrift bestaat voor een bepaald kenmerk, moet de fabrikant de prestatie er niet voor verklaren in het kader van CE. Men moet er dus op letten dat de duurzaamheid (meestal in de vorm van vorstbestandheid) voor het gebruik als onbeschermd metselwerk vermeld staat op de CE-markering. Stenen waarvoor er geen verklaring gedaan wordt over de duurzaamheid, dienen beschouwd te worden als niet geschikt voor onbeschermd metselwerk.

DUURZAAMHEID

Bakproces

Doordat oude stenen na de woningafbraak allemaal samen in één container gegooid worden, kan het gebeuren dat stenen uit buiten- en binnenmuren onherroepelijk door elkaar raken en nadien stuk voor stuk gebruikt worden in een buitenmuur. Vroeger werden bij het buitenkomen van de oven de stenen 'gesorteerd' en deze die minder goed gebakken waren, werden eerder gebruikt voor toepassingen die niet aan vorst onderhevig zijn. De best gebakken stenen werden gesorteerd om, blootgesteld aan vocht en vorst, te gebruiken. Het was immers eigen aan de vroegere ovens dat niet alle stenen gelijkmatig gebakken waren en op dezelfde temperaturen.

Klinktest

Om te bepalen of een steen goed gebakken werd, bestaat er een simpel trucje: het tegen elkaar slaan van de stenen. Als deze 'klinken', is de steen in principe hard gebakken. Echt uitsluitsel heb je daarbij nooit, tenzij je een test laat uitvoeren in een gespecialiseerd labo.

Reinigingsproces

Als een handelaar toch te maken krijgt met een reeks broze stenen, dan vallen die snel door de mand tijdens het reinigingsproces dat volgt op de afbraak. Oude stenen worden namelijk steeds gereinigd d.m.v. een beitelmachine. Als ze te broos zijn, breken ze in die fase al meteen, waardoor het materiaal zichzelf uitsorteert bij het verwerkingsproces.

AANSPRAKELIJKHEID

Indien er zich dan toch problemen voordoen met de recuperatiestenen, kunnen de gevolgen wel aanzienlijk zijn; schadeclaims en een daaraan verbonden rechtszaak zijn niet ongebruikelijk. Aangezien de bouwheer door de rechtbank ook steeds als een leek beschouwd zal worden, zijn het de leverancier, de aannemer en eventueel ook de architect die verantwoordelijk gesteld worden voor de slechte steenkeuze tenminste indien de problemen zich binnen de gebruikelijke aansprakelijkheidsperiode van tien jaar voordoen. Gelukkig kom je met wat gezond verstand en een kritische houding al een heel eind; recuperatiestenen koop je bij een handelaar met een goede reputatie. Daarbij mag je er ook van uitgaan dat bedrijven die in het verleden reeds met zware rechtszaken geconfronteerd werden, een faillissement hoogstwaarschijnlijk niet zouden kunnen ontlopen en dus ook geen langdurig bestaan beschoren zouden zijn.

VOORRAAD

Het feit dat recuperatiestenen niet nieuw geproduceerd worden, maar daarentegen telkens uit afbraken voortkomen, impliceert dat deze stenen slechts in beperkte voorraden bestaan. Wie een gevel laat bouwen met recuperatiestenen en na een paar jaar besluit om nog een garage bij te bouwen, kan dus misschien niet langer de juiste soort bestellen. Aangezien veel aangeleverde recuperatiestenen standaardsoorten zijn, kan de handelaar op termijn sowieso wel een nieuwe lading van die soort verwachten. Over het algemeen geldt: hoe bekender de soort, hoe meer stock. Zeldzamere steensoorten zijn meestal bestemd voor herstellingswerken en worden in dat geval dan ook weer op dezelfde plaats teruggezet.

ESTHETIEK

Een goede handelaar zal er steeds voor zorgen dat hij geen recuperatiestenen verkoopt die in een schoorsteen verwerkt zaten of die in de buurt van een stookolieketel gestaan hebben; die zouden namelijk lelijke bruine vlekken of roet op de voegen kunnen vertonen. Wat sommige kopers misschien ook zou kunnen afschrikken, is het feit dat je recuperatiestenen per pallet koopt, waardoor je nooit helemaal zeker weet hoe je gevel er komt uit te zien - al vormt het overheersende kleurpatroon in het pallet wel een goede aanduiding. Wie belang hecht aan uniciteit, zal dit echter nauwelijks als een bezwaar beschouwen; ieder pallet heeft namelijk een unieke samenstelling, wat betekent dat elke gevel uit recuperatiestenen enig is in zijn soort. Vergeet ook niet dat er, zoals in de Codes van Goede Praktijk vermeld staat, bij het vermetselen stenen ontnomen dienen te worden over minimaal vijf pakken om een goede mengeling en een voldoende uniform uiterlijk te krijgen.

KOSTPRIJS

In tegenstelling tot wat weleens gedacht wordt, zijn recuperatiestenen in het algemeen niet veel goedkoper of duurder dan nieuwe stenen met een retrolook. Enerzijds is het natuurlijk zo dat oude stenen niet meteen herbruikbaar zijn, want eerst moeten ze uit de woning gebroken worden en na het transport moeten ze ook nog eens grondig gereinigd worden. Anderzijds valt het bakproces wel weg, waardoor de prijs uiteindelijk min of meer overeenkomt met die van nieuwe stenen. Tussen 'gewone' recuperatiestenen en handgevormde stenen is er dan echter wél weer een prijsverschil merkbaar.

SMAKEN VERSCHILLEN

De keuze voor om het even welke soort is vooral een kwestie van voorkeur of smaak, al opteert iemand die geen vertrouwen heeft in gerecupereerde bouwmaterialen, natuurlijk het best voor nieuwe stenen die de 'oude look' nabootsen. Voor wie er echter van houdt om oude materialen die hun goede diensten al bewezen hebben, te hergebruiken, kan milieubewustheid een extra motivatie zijn, aangezien gerecupereerde stenen bij hun verwerking geen zware machinerie vereisen.