naar top
Menu
Logo Print

TIPS BIJ DE OPLEVERING VAN HOUTEN GEVELBEKLEDING

Let op kleurverschillen en verkleuringen

Houten schrijnwerk wordt als gevelbekleding blootgesteld aan diverse weersinvloeden. Bij de oplevering wordt het schrijnwerk visueel beoordeeld onder bepaalde omgevingsvoor­waarden om elke subjectieve benadering zo veel mogelijk te vermijden. In dit artikel geven we een overzicht van de voornaamste aandachtspunten bij de oplevering van houten gevelelementen.

HOUTKWALITEIT

In eenzelfde houtsoort (op de foto Afrikaans padoek) zijn kleurverschillen mogelijk die eigen zijn aan de soort, en afhankelijk van het herkomstgebied, de groeiplaats van de bomen en andere factoren van biologische oorsprongDe houtkwaliteit moet zodanig zijn dat de eventuele gebreken in de houtstructuur:

  • geen afbreuk doen aan de mechanische sterkte van het stuk, noch aan zijn vorm en rechtheid;
  • geen aanleiding geven tot een abnormaal moeilijke afwerking of een beperkte duurzaamheid ervan.

De gewenste houtkwaliteit moet duidelijk vermeld worden in het bestek. Dat kan op twee manieren gebeuren:

  • ofwel door te verwijzen naar de Europese uitzichtklassen;
  • ofwel door een gedetailleerde beschrijving te geven van de aanvaardbare natuurlijk onvolkomenheden.

Aanvaardbare natuurlijke onvolkomenheden

Vaste kwasten zijn toegestaan. In het bestek moet echter wel vermeld staan of er beperkingen opgelegd worden aan hun aantal en hun grootte. Losse kwasten met een diameter van minder dan 10 mm zijn toelaatbaar, voor zover ze zich op meer dan 5 mm van de rand bevinden. De aanwezigheid van gezonde kwasten in een gevelbekleding kan in bepaalde gevallen zelfs gewenst zijn om een zeker esthetisch effect te verkrijgen. Dat mag echter geen afbreuk doen aan de prestaties ervan.
Windbarstjes of oppervlakkige scheuren zijn toegestaan.
Het hart van naaldhout is toegelaten op voorwaarde dat het zich in de achterzijde bevindt. Om te komen tot een optimaal resultaat wordt echter aanbevolen om het gebruik ervan achterwege te laten. Bij loofhout is hart uit den boze.
Het spinthout van naaldhout is toegelaten voor zover het hout een geschikte verduurzaming kreeg en er geen wannen (wankanten) zijn. Het spinthout van loofhout is niet toegestaan.

PLAATSING

De kleur (tint) van het hout is afhankelijk van de houtsoort en kan variëren van lichtgeel tot zwartbruinHouten elementen die dienen voor buitenschrijnwerk moeten minstens 18 mm dik zijn. Wanneer men voldoende ruimte achter de massiefhouten planken laat, garandeert men een goede ventilatie zodat het hout goed droogt na regenweer, wat de levensduur verlengt. Om vochtinfiltratie tegen te gaan kan men een waterkerend scherm achter de gevelbekleding plaatsen. Ook de wijze van plaatsing is belangrijk: verticaal geplaatste houtelementen voeren immers het regenwater sneller af. Toch kan zowel in een horizontale als in een verticale plaatsing wateropzuiging voorkomen.

LEVERING

Het is aangeraden om na de plaatsing van de houten gevelbekleding zo snel mogelijk over te gaan tot de voorlopige oplevering ervan. Deze oplevering kan als clausule worden opgenomen in de contractuele documenten en uitgevoerd worden door de opdrachtgever. Daarna kan men die vermelden in het bouwplaatsverslag, de vorderingsstaat of in de factuurbon. Ze geeft een precieze beschrijving van de toestand van het schrijnwerk na plaatsing en vermeldt de volgende informatie:

  • de levering van de houten gevelelementen is overeenkomstig met de contractuele documenten;
  • de plaatsing beantwoordt aan de bepalingen uit het bestek;
  • er werden bij de controle geen zichtbare gebreken vastgesteld.

Met een dergelijke voorlopige oplevering kunnen discussies en kosten vermeden worden. Bovendien kan het een stimulans zijn om bevuiling en/of beschadigingen van het houtwerk te vermijden.

KLEURVERSCHILLEN

1. Verdund in de handel verkrijgbaar bleekwater 2. Onverdund in de handel verkrijgbaar bleekwater 3. Verdund bleekwater + krijt 4. Onverdund bleekwater+ krijt 5. Onverdund zuurstofwaterHout wordt van nature gekenmerkt door variaties in kleur, structuur, oppervlaktetextuur, een verschillend gehalte aan natuurlijke inhoudsstoffen en uiteenlopende fysische, chemische en mechanische eigenschappen. Bij bepaalde houtsoorten is deze variabiliteit meer uitgesproken dan bij andere en kan ze zelfs tot uiting komen in eenzelfde stam of plank. Er kunnen van nature bepaalde bijzonderheden in het hout aanwezig zijn. Terwijl gebreken in schrijnwerkelementen per definitie niet toegelaten zijn, worden natuurlijke onvolkomenheden wel aanvaard indien ze qua grootte en aantal in de vooropgestelde kwaliteitsklasse vallen.

Kleur

De kleur (tint) van het hout is afhankelijk van de houtsoort en kan variëren van lichtgeel tot zwartbruin. In eenzelfde houtsoort zijn kleurverschillen mogelijk die eigen zijn aan de soort en afhankelijk van het herkomstgebied en de groeiplaats van de bomen en andere factoren van biologische oorsprong. Ze weerspiegelen als het ware de natuurlijke rijkdom van het natuurproduct. Bepaalde houtsoorten, zoals meranti, merbau of western red cedar, vertonen vrij uitgesproken kleurverschillen die inherent zijn aan de houtsoort en bijgevolg als normaal beschouwd moeten worden. Het is namelijk niet gebruikelijk om houten buiten-schrijnwerk te sorteren op kleur. Er kunnen toegelaten kleurverschillen voorkomen tussen verschillende afgewerkte houten schrijnwerkelementen onderling, en tussen het schrijnwerk en andere naburige elementen met andere materialen of afwerkingen. Voorbeelden van elementen waarin schrijnwerktoepassingen gecombineerd worden met andere materialen zijn:

  • aluminium of pvc-profielen;
  • rolluikgeleiders;
  • kaderprofielen van horren;
  • garagepoorten;
  • deurvleugels;
  • aluminium dorpels;
  • kleinhouten;
  • deurklinken;
  • hang- en sluitwerk;
  • verven.

VERKLEURINGEN

Ook verkleuringen zijn gebonden aan bepaalde fenomenen en/of houtsoorten en moeten bijgevolg aanvaard worden.

  • Door blootstelling aan uv-straling en de lucht zullen de meeste houtsoorten zoals afzelia, Afrikaans padoek, merbau, movingui en iroko nadonkeren. Deze kleurverschillen zullen nagenoeg nooit verdwijnen maar zullen wel verminderen. Door verdere blootstelling kunnen kleurverschillen ontstaan tussen de normaal aan het zonlicht blootgestelde delen en de andere delen.
  • Door de uitspoeling (zie ook verder) van de wateroplosbare stoffen (door regen of waterophoping) kunnen sommige houtsoorten, zoals merbau, afzelia, eiken, kastanje en western red cedar, gaan bloeden. Indien zich sporen van wateruitspoeling vertonen, kunnen die verwijderd worden door reiniging met bleekwater.

Er zijn andere fenomenen van fysiologische en/of biologische oorsprong die kleurvariaties kunnen veroorzaken:

  • fenomenen van biologische aard: bv. blauwschimmel of rode verkleuring door bacteriën;
  • kleurverschillen te wijten aan fouten in het droogproces;
  • de corrosie van nagels en spatten van kalk of slijpmateriaal;
  • afzelia kan gomvlekken en krijtstrepen vertonen.

UITLOGING VAN CEDERHOUTEN GEVELS

Duurzaamheid

Vooreerst dient opgemerkt te worden dat het bij de realisatie van een buitenbekleding van groot belang is te kiezen voor een houtsoort met een toereikende duurzaamheid (duurzaamheids-klasse I, II of III).Indien niet aan deze vereiste wordt voldaan, zal het noodzakelijk zijn het hout te voorzien van een verduurzaming die in overeenstemming is met de blootstelling. Voor cederhout vormt deze duurzaamheidseis doorgaans geen enkel probleem, omdat het kernhout ervan over een duurzaamheidsklasse II beschikt. Men dient echter wel rekening te houden met het feit dat het hout na verloop van tijd zal vergrijzen als gevolg van de fotochemische afbraak van de houtcomponenten die optreedt door toedoen van de uv-straling van het zonlicht.

Vlekvorming

Hoewel het logisch is dat hout een verdonkering vertoont bij bevochtiging en een verbleking bij droging, wordt er niet zelden gewag gemaakt van een storende differentiële verkleuring, die de vorm aanneemt van donkerbruine vlekken op het houtoppervlak. Deze vlekken zijn toe te schrijven aan de uitloging van de inhoudsstoffen uit het hout. Indien dergelijke vlekken uit esthetische overwegingen ontoelaatbaar zijn, dient men hiermee vanaf de opvatting rekening te houden, aangezien die inherent zijn aan verschillende houtsoorten, waaronder western red cedar.

REMEDIE

De inhoudsstoffen van hout zijn oplosbaar, waardoor men ze in eerste instantie kan reinigen met zuiver water. Dit is echter geen wondermiddel en dus is men op zoek gegaan naar een doeltreffende methode om vlekken te verwijderen, verbleken of verdonkeren.

 

BEPERKTE SCHADE

plaatselijke herstellingenMen kan plaatselijke herstellingen aanvaarden indien ze beperkt zijn in aantal en qua afmetingen. Bij grotere beschadigingen is het wenselijk om de zichtvlakken op de bouwplaats (of indien nodig in het atelier) opnieuw te schilderen met een geschikte techniek (bv. borstel, rol of pistool). Om herstellingswerken zo veel mogelijk te beperken en schade te voorkomen, is het raadzaam om de schrijnwerkelementen voor hun transport te voorzien van een tijdelijke bescherming, doorgaans een kunststof folie of afstandhouders (die elk rechtstreeks contact vermijden tussen de schrijnwerkelementen onderling). Die moeten het schrijnwerk niet alleen beschermen tegen beschadigingen, maar ook tegen vlekken. Indien de schrijnwerkelementen langdurig op de bouwplaats worden opgeslagen vooraleer ze geplaatst kunnen worden, valt het sterk aan te raden om ze in te pakken om ze te beschermen tegen direct zonlicht en neerslag. Men moet er ook op toezien dat de schrijnwerkelementen opgeslagen worden op een droge plaats waar ze niet in contact kunnen komen met de grond.

Dit artikel werd geput uit het WTCB-dossier ' Oplevering van schrijnwerk: kleurverschillen en verkleuringen' van lic. Geert Dekens, onderzoeker bij het laboratorium 'Dak- en gevelelementen', en ir. S. Charron, projectleider bij de afdeling 'Gebouwschil en schrijnwerk' van het WTCB