naar top
Menu
Logo Print
02/03/2018 - ELISE NOYEZ

"VEILIGHEID BOVEN ALLES"

BART DELAMEILLEURE (BACOBOUW) INVESTEERT IN VEILIGE LEEF- EN WERKOMSTANDIGHEDEN

Dat het aannemersberoep Bart Delameilleure in het bloed zit, valt moeilijk te ontkennen. Op zijn dertiende al stapte Delameilleure mee in het bouwbedrijf van zijn vader en zeventien jaar later richtte hij zijn eigen Bacobouw op. Nog twee jaar later volgde zusterbedrijf Delbogro. Twee goed draaiende bedrijven, maar toch leek het er in 2009 even op dat alles ontmanteld zou worden. Delameilleures zoon Kenny belandde na een ongeval in coma en de aannemer nam bewust afstand van de zaak. Ondertussen staan vader en zoon er echter weer, en houden ze samen een derde zaak boven de doopvont.

Bart Delameilleure, zaakvoerder
Bart Delameilleure, zaakvoerder

EEN GRILLIG PARCOURS

“Met deze nieuwe zaak beginnen we weer helemaal van nul," steekt Delameilleure van wal, “maar we hebben er vertrouwen in. Het is niet de eerste keer dat we iets nieuws uit de grond stampen."

Familiebedrijf

Delameilleure groeide op op de werf. Hij was amper dertien toen hij bij zijn vader in dienst ging, en bleef er tot 1997 actief. “Ik leerde er alles", zegt hij. “Van metsen tot beton storten en dakwerken, maar ook voor de zaak zorgen. De laatste jaren waren mijn vrouw en ik in principe volledig verantwoordelijk voor de zakelijke kant, zij het uiteraard onder het toeziende oog van mijn ouders." Dat Delameilleure het bedrijf van zijn vader zelf niet overnam, was een kwestie van schaal. “De firma was te groot voor ons. Het was simpelweg niet haalbaar. Toen mijn vader besloot om ermee op te houden, ging ik dus volledig voor mezelf aan de slag. Dat begon met een eenmanszaak, en niet veel later volgde Bacobouw, het bouwbedrijf dat ik samen met mijn vrouw Conny leid."

Bacobouw & delbogro

Bacobouw werd opgericht in 2002 als algemeen aannemingsbedrijf, dat zich inzet voor alle types residentiële projecten, en dat van a tot z. “Eigenlijk begonnen we helemaal opnieuw," zegt Delameilleure, “al kwam de ervaring die we in het bedrijf van mijn vader hadden opgedaan, uiteraard wel goed van pas." De voormalige klanten van het familiebedrijf vonden gelukkig snel hun weg naar het bedrijf Bacobouw en de mond-tot-mondreclame resulteerde in een mooie bloei van de nieuwe firma. Amper twee jaar later achtte Delameilleure de tijd dan ook rijp voor een tweede zaak. “Met Delbogro, dat zich op dat moment nog specialiseerde in grond- en betonwerken, deden we het hele traject nog eens over. Een schone lei, een nieuwe zaak en dan bouwen."

Tragedie

In 2009 hadden beide zaken zich stevig in de markt genesteld. Bacobouw had zo'n 21 arbeiders in dienst en de zoon van Delameilleure stond klaar om de leiding te nemen over Delbogro. Totdat het noodlot toesloeg. Na een ongeval belandde Kenny Delameilleure in een zware coma en volgde een lange periode van onzekerheid en, nadien, revalidatie. “Mijn zoon vocht voor zijn leven", zegt Delameilleure. “Dan denk je niet aan je zaak. Dus zetten we beide bedrijven on hold. We zorgden dat er opvolging was voor de lopende werven en dat ons personeel ergens terechtkon - sommigen startten als zelfstandige, anderen gingen aan de slag bij aannemers uit de buurt - en sloten alles af. Pas wanneer we wisten dat Kenny zou revalideren, namen we de zaken weer op." En zo startten Delameilleure en zijn familie andermaal van nul.

Nieuwe start

Na acht maanden werden de activiteiten van Bacobouw weer opgenomen, zij het met een nieuw en ingeperkt personeelsbestand. “Omdat we al ons personeel een andere plaats hadden gegeven, moesten we op zoek naar nieuwe krachten", zegt Delameilleure. “Dat loopt natuurlijk niet altijd van een leien dakje, maar ondertussen heb ik weer een team van acht waarop ik kan rekenen.

Dat zijn mensen die ik zelf opgeleid heb en die thuis zijn in alle aspecten van het aannemersvak. Dat vind ik belangrijk, al doen we net als voorheen ook een beroep op een vast arsenaal aan onderaannemers voor onder andere de elektriciteit, HVAC, het schrijnwerk en het dak- en timmerwerk."

Kon Bacobouw na de onderbreking min of meer op dezelfde manier van start, dan lag de zaak voor Delbogro helaas anders. “Ik had Delbogro voor mijn zoon opgericht," vertelt Delameilleure, “en dat wilde ik zo houden. Maar omdat hij na het ongeval met een verlamming aan zijn arm bleef kampen, was dat in de oorspronkelijke vorm niet mogelijk. Daarom gooiden we het roer om en herstructureerden we Delbogro tot een verhuurfirma. Die is vandaag onder andere verantwoordelijk voor het rollend materieel van Bacobouw."

ASbest

Ondertussen is zowel Delameilleure als zijn zoon alweer een aantal jaar aan de slag. Meer nog, samen volgden ze via opleidingscentrum Praxis veertig uur opleiding voor asbestverwijdering. Dat stelt hen niet enkel in staat om zelf opleidingen te geven, maar bood hen meteen ook de basis voor alweer een nieuwe uitdaging: na twee jaar voorbereiding richtten ze begin dit jaar Asbest-Stop op, een nieuw en erkend bedrijf voor afbraakwerken en asbestverwijdering dat naast Bacobouw en Delbogro komt te staan.

Het Dobbit zelfbouwhuis

“STRENGE REGELGEVING IS GEEN ONZIN"

Weg met de cowboys

Asbest-Stop spreekt volgens Delameilleure een belangrijke behoefte op de markt aan. “Het aantal bedrijven dat daadwerkelijk erkend is voor sloop- en afbraakwerken met asbestverwijdering, is in Vlaanderen beperkt", zegt hij. “In West-Vlaanderen zijn wij vandaag zelfs de enige. En dat, terwijl de regelgeving dit jaar aanzienlijk strenger wordt."

Een van de maatregelen die voor 2018 op de agenda staan, is de verplichte inventarisering van asbesthoudende bouwmaterialen bij de verkoop van een woning. De inventaris zal dan deel uitmaken van de Woningpas. “Dat is een goede zaak", meent Delameilleure. “Heel wat mensen zijn zich immers niet bewust van de aanwezigheid van asbest in hun woning. Zij beginnen zonder meer aan kleine of grote afbraakwerken, maar zijn zich niet bewust van de risico's die daaraan vasthangen. Nog frappanter - en problematischer - is echter dat ook heel wat aannemers achteloos met materialen en beschermingsmaatregelen omspringen. In de jaren dat ik bij afbraakwerken betrokken ben en les geef in de kleinhandel sloop, heb ik echt al heel veel verkeerd zien lopen. Gelukkig krijgen wij dankzij onze erkenning nu de mogelijkheid om niet-erkende bedrijven te controleren en aan de staat te rapporteren. Op die manier hoop ik dat er tegen dergelijke wanpraktijken steeds meer maatregelen genomen zullen worden."

Het Dobbit zelfbouwhuis

Investeren in veiligheid

Voor Delameilleure is het dan ook van groot belang dat alles bij Asbest-Stop volgens het boekje gebeurt, al vraagt de officiële erkenning van het bedrijf ook een behoorlijke investering. “Een van de voorwaarden voor de erkenning is dat je een volstorting doet van 85.000 euro", legt Delameilleure uit. “Om daarbovenop ook nog eens aan alle veiligheidseisen te voldoen, heb je dan weer heel wat materiaal nodig. Uiteindelijk investeerden we nog zo'n 60.000 euro in beschermingsmiddelen, waaronder een speciale afzuiginstallatie die de lucht in een bepaalde ruimte elk uur tot viermaal toe volledig ververst." Daarnaast laat Delameilleure bij elke vrijgave een controle door de staat uitvoeren en zorgt hij dat alle personeelsleden over de juiste opleidingen en attesten beschikken.

“Natuurlijk maakt dit ons tot een duurdere partij," weet de aannemer, “maar ik geloof wel degelijk dat het draagvlak voor erkende bedrijven de komende jaren sterk zal groeien. De regelgeving wordt er nu eenmaal niet minder streng op, en ik verwacht dat de overheid voor particulieren, wanneer zij een beroep doen op een erkend afbraakbedrijf, de nodige premies zal voorzien."

Maar het is ook een kwestie van overtuiging. “De strenge regelgeving en voorwaarden voor erkenning zijn echt geen onzin," stelt Delameilleure, “en ze waren me elke cent waard. De risico's zijn nu eenmaal te groot, en ik heb al genoeg onheil meegemaakt in mijn leven om te weten dat het loont om in ieders veiligheid te investeren, zowel die van bewoners en gebruikers als die van mijn personeel."

“MENSEN ZIJN GOUD WAARD"

Personeelsleden zijn voor Delameilleure dan ook meer dan eenvoudige werkkrachten. “Goede mensen - mensen op wie je kan bouwen - zijn goud waard", weet hij. “Maar dat betekent ook dat je voor hen moet zorgen. Door hun aangename en veilige werkomstandigheden te bieden, bijvoorbeeld, of door nauwe samenwerkingsverbanden op te bouwen met bepaalde onderaannemers."

“Wat heel wat werkgevers lijken te vergeten," voegt Delameilleure nog toe, “is dat je ook in je personeel moet investeren. Ik hoor aannemers en bedrijven regelmatig klagen dat ze geen geschikte mensen vinden, maar hoe komt dat? Ze willen dat iemand vanaf het allereerste moment opbrengt, maar zijn tegelijk niet bereid om hem of haar degelijk op te leiden. Zo werkt het inderdaad niet. Je moet mensen eerst een kans geven om te leren en te groeien, en dat op alle vlakken. Wie bij ons aan het werk gaat, doorloopt nog een hele opleiding. In de meeste gevallen verzorg ik die zelf, wat de band uiteraard nog versterkt, maar het belangrijkste is dat ze het aannemersvak van a tot z onder de knie krijgen.

In grotere bedrijven zie je regelmatig dat ieder zijn eigen specifieke taak heeft, maar daar geloof ik niet in. Mensen zijn geen nummertjes, en de afwisseling is wat dit vak zo mooi maakt. Ik wil dat iedereen het hier goed heeft en dat ze op eigen benen kunnen staan. Een voormalige werknemer die als zelfstandige aan de slag gaat en daar dan in slaagt … dat is het mooiste compliment."