naar top
Menu
Logo Print
15/03/2018 - VALERIE VERKAIN

HOE EEN SPOUWMUUR CORRECT NA-ISOLEREN

OPGELET, LANG NIET ELKE SPOUWMUUR KAN WORDEN NAGEISOLEERD

spouw na-isoleren

Na tal van schadegevallen ten gevolge van het niet correct na-isoleren van spouwmuren in de jaren 70 was de isolatiesector zelf vragende partij om een kwaliteitskader te creëren. Dat is er gekomen in de vorm van de STS 71-1 richtlijn. In Vlaanderen krijgt wie zijn woning na-isoleert, enkel premies indien de werken door een gecertificeerd aannemer gebeuren die volgens de STS 71-1 werkt. In Brussel en Wallonië is dat niet het geval, maar geldt de richtlijn evenzeer als code van goede praktijk.

gevel na-isoleren

WAAROM DE SPOUW NA-ISOLEREN?

Spouwmuurisolatie is een uitstekende manier om de energieprestatie van een gebouw te verbeteren. Er wordt ongeveer 2,5 à 3 euro per m² muur per jaar op de verwarmingsfactuur mee bespaard. Het is bovendien een relatief eenvoudige wijze en de kostprijs is relatief laag (20 à 25 euro per m² incl. btw) ten opzichte van andere ingrepen om het energetische niveau omhoog te tillen, zoals muurisolatie langs buiten of binnen, of raamvervanging. De investering is doorgaans in vijf à zeven jaar terugverdiend. Voor de na-isolatie van de spouw is er geen bouwvergunning nodig en de hinder voor de bewoners is beperkt: de werken nemen vaak slechts één dag (en max. twee dagen) in beslag. Daarenboven verandert het uitzicht van de woning niet en ziet de gevel er achteraf hetzelfde uit als van tevoren.

inspuiten van isolatieWELKE PREMIES?

Vlaanderen: 5 euro per m² vanaf 2018: de Vlaamse overheid heeft beslist om vanaf 1 juli 2012 de subsidieregeling voor de na-isolatie van spouwmuren te koppelen aan een kwaliteitsaanpak. De installateur moet een gecertificeerd aannemer zijn en dus kunnen aantonen dat hij of zij de werken heeft uitgevoerd overeenkomstig de STS 71-1. Enkel dan kan de bouwheer in aanmerking komen voor een premie. In Vlaanderen geldt in 2017 nog een premie van 6 euro per m² voor het navullen van bestaande bouwmuren. Vanaf 2018 wordt dit 5 euro per m². Het na-isoleren van spouwmuren is een van de zeven energiebesparende maatregelen die in aa

nmerking komen voor de Totaalrenovatiebonus.

Wallonië: 6 euro per m²: de premie voor de isolatie van spouwmuren bedraagt in Wallonië 6 euro per m² (met een maximum van 100 m²). De belangrijkste voorwaarden om de premie te kunnen krijgen, zijn dat de thermische R-waarde van de na-isolatie groter dan of gelijk aan 1,5 m² K/W moet zijn en dat de werken uitgevoerd moeten worden door een aannemer. Die aannemer hoeft echter niet gecertificeerd te zijn.

Brussel: 8 tot 12 euro per m²: in het Brussels Gewest hoeft de na-isolatie van de spouwmuren evenmin door een gecertificeerd aannemer te gebeuren om een premie te kunnen krijgen. De voorwaarden zijn dat de werken door een aannemer gebeuren en dat de R-waarde van de na-isolatie 1,0 m² K/W of meer bedraagt. Pas dan kan er een premie worden aangevraagd. Die bedraagt minimaal 8 euro per m² en stijgt tot 10 euro (gemiddelde inkomenscategorie) en 12 euro per m² (lage inkomenscategorie), naarmate het inkomen van de bouwheer lager ligt.

GECERTIFICEERD AANNEMER WORDEN

Wie in Vlaanderen gecertificeerd aannemer wil worden voor het na-isoleren van spouwen, moet zijn of haar ATG-certificaat halen. Hiervoor kun je terecht bij de BCCA vzw, een gespecialiseerde certificatie-instelling. Er zijn op heden 77 gecertificeerde aannemers. Sinds de start werden al 84.490 dossiers uitgevoerd binnen het kwaliteitskader. Om het ATG-certificaat te bekomen, moet je wel aan enkele voorwaarden voldoen:

1. Er is een kwaliteitssysteem opgezet: “Wij vragen aan de aannemer om een kwaliteitssysteem op te zetten", vertelt Ellen De Bolster, coördinator Certificatie en Inspectie Na-isolatie bij de BCCA vzw. “De werken dienen te gebeuren volgens een door de aannemer opgesteld handboek waarin alle werkprocedures zijn uitgeschreven. Er dienen ook procedures vast te liggen voor het uitvoeren van grondstofcontroles, het opleiden en het evalueren van personeel, het behandelen van klachten enz." De BCCA voert controles uit op het kantoor van de aannemer om te zien of er effectief procedures zijn opgesteld en of die worden gehanteerd door het personeel.

2. Een gekwalificeerd inspecteur beoordeelt de werf: De aannemer moet een gekwalificeerd inspecteur in dienst hebben. “Een gekwalificeerd inspecteur moet nagaan of de spouwmuren van het gebouw geschikt zijn om na te isoleren of niet", verduidelijkt Ellen De Bolster. “Hiervoor gaat de inspecteur ter plaatse." De inspecteur is iemand die bij de BCCA de opleiding tot 'gekwalificeerd inspecteur' heeft gevolgd. “Tijdens deze opleiding leert hij of zij o.a. aan welke vereisten de spouwmuren moeten voldoen om die te kunnen na-isoleren." Bijkomend dient een gekwalificeerd inspecteur ook een interne opleiding bij de aannemer zelf te volgen die de productspecifieke vereisten behandelt. “De BCCA geeft enkel productonafhankelijke opleidingen."

3. De werken gebeuren door gekwalificeerde uitvoerders: de aannemer moet de werken laten uitvoeren door gekwalificeerde uitvoerders. “Een gekwalificeerde uitvoerder heeft een interne opleiding bij de aannemer zelf gevolgd en is eveneens door een ATG-houder opgeleid", vertelt Ellen De Bolster. De ATG-houder is de firma die het na-isolatiesysteem op de markt brengt waarmee de uitvoerders werken. Voorbeelden van ATG-houders zijn Ecoferme, Isowall, Knauf Insulation, Rockwool en Saint-Gobain. “De ATG-houder informeert de uitvoerder over hoe het na-isoleren volgens de regels van de kunst dient te gebeuren, bv. welk boorpatroon, welke druk bij inspuiting enz. is er nodig."

STS 71-1 - CODE VAN GOEDE PRAKTIJK

Vereisten voor de spouwmuur

Er zijn nog heel wat niet-geïsoleerde spouwmuren in België. In Vlaanderen alleen al zijn dat er naar schatting 600.000. Wat echter niet zeker is, is of de muren van deze woningen wel geschikt zijn om na te isoleren (naar schatting 80 à 90% van die 600.000 zou geschikt zijn voor na-isolatie). De spouwmuur moet immers aan een aantal vereisten voldoen:

  • Boorpatroon door ATG-houderDe spouwbreedte moet min. 5 cm bedragen;
  • De spouwmuur moet bestaan uit spouwbladen uit metselwerk of steenachtige materialen;
  • De spouwmuur mag niet (deels) geïsoleerd zijn;
  • Er dienen spouwankers (in goede staat) aanwezig te zijn (toch zeker enkele per m²). Het isolatiemateriaal wordt immers onder druk in de spouw geblazen. Zonder spouwankers kan de buitengevel door de druk worden weggeduwd;
  • Het binnenspouwblad moet zijn voorzien van een luchtdichte afwerking (namelijk bepleistering aan de binnenzijde of cementering langs de spouwzijde). Gebeurt dit niet, dan kan er een zuigeffect ontstaan waarbij het water uit het buitenspouwblad naar binnen wordt getrokken;
  • De spouw van gebouwen met binnenklimaatklasse IV mag niet worden nageïsoleerd. Voorbeelden van gebouwen met binnenklimaatklasse IV zijn overdekte zwembaden, industriële wasserijen, industriële drukkerijen …;
  • Vanaf een bepaalde hoogte mag er in bepaalde terreinruwheidscategorieën niet worden nageïsoleerd zonder dat de gevel wordt afgewerkt met buitengevelisolatie (door de belasting van de wind en regen): terreinruwheidscategorie 0 en I (zee en kust): 0 m hoogte, terreinruwheidsklasse II: max. 8 m, terreinruwheidsklasse III en IV (een stad): max. 25 m. In België betekent dit dat gebouwen aan de kust vanwege de barre weersomstandigheden niet kunnen worden nageïsoleerd, tenzij de gevel wordt afgewerkt met buitengevelisolatie;
  • De spouwmuur moet over de volledige hoogte worden nageïsoleerd (het kan bij kleine flatgebouwen niet dat de woning op het gelijkvloers wordt nageïsoleerd en de woning erboven niet);
  • De spouw moet bovenaan voldoende afgesloten zijn (zodat de zolder niet vol komt te liggen met isolatiemateriaal);
  • Indien de gevel over een gevelafwerking beschikt (zoals verf, bepleistering op het metselwerk, hydrofuge …), moet die gevelafwerking voldoende dampopen zijn, zodat de gevel, als die nat wordt (de meeste gevelafwerking is niet waterdicht), kan uitdrogen. Voor verf geldt μd
  • De gevel mag niet zijn opgebouwd uit geglazuurde en/of geëmailleerde bakstenen (geen poreuze/zuigende stenen) en moet voldoende vorstbestendig zijn. Ook het gevelmetselwerk mag niet gemetseld zijn met vorstgevoelige stel- en/of voegmortel (kalkmortels, mortels met zavel en fijn zand, hebben een hoger risico op vorstgevoeligheid), omdat het buitenspouwblad zwaarder wordt belast door de isolatiebarrière die tussen het binnen- en buitenspouwblad wordt aangebracht. Temperatuurveranderingen moeten volledig worden opgevangen door het buitenspouwblad, wat meer risico op schade met zich meebrengt;
  • Er mag geen vocht- en vorstschade zijn (vochtvlekken, afschilferende stenen en losgekomen voegen wijzen erop dat de stenen en het metselwerk vocht- en vorstgevoelig zijn) en er mogen geen (structurele) scheuren zitten in het gevelmetselwerk (anders moeten die worden dichtgemaakt met een elastisch materiaal);
  • Er mag niet veel puin in de spouw aanwezig zijn.

Worden de bovenstaande vereisten in de wind geslagen, dan komt de kwaliteit van het resultaat in gevaar en is de kans op schadegevallen groter. De vereisten waaraan de spouwmuur moet voldoen, staan in de STS 71-1 en zijn voor een gecertificeerd aannemer bindend.

De correcte uitvoeringsmethode

In de STS 71-1 staat ook uitgeschreven hoe de uitvoering het best gebeurt. De meest gebruikte methodes voor spouwmuurisolatie zijn opvulling met gebonden polystyreenkorrels (polystyreenkorrels gemengd met lijm) of met minerale wolvlokken (die worden niet vermengd met lijm omdat de vlokken van nature in elkaar blijven haken, waardoor die mooi in de muur blijven zitten, mocht er bijvoorbeeld later nog een raam worden vervangen of een extra muurdoorvoer worden gemaakt).

Opvulling met pur is ook een mogelijkheid, maar vandaag werkt geen enkele ATG-houder met het pursysteem (er kan in Vlaanderen dus geen premie worden verkregen voor het na-isoleren met pur). De isolatiematerialen worden via een machine ingespoten in de muur langs boorgaten in het buitenspouwblad.

De stappen die moeten worden genomen voor een correcte uitvoering, zijn bij alle systemen vrij gelijkaardig:

Stap 1: een gekwalificeerd inspecteur gaat langs op de werf om na te gaan of de spouwmuur al dan niet geschikt is om te worden nageïsoleerd. Hiervoor maakt hij/zij boorgaten in de gevel en inspecteert hij/zij de spouw met een endoscoop (is de spouw breed genoeg, zijn er spouwankers …).

Stap 2: op de dag van de uitvoering wordt de temperatuur op de bouwplaats gemeten en wordt er geverifieerd of deze niet te laag of te hoog is om met het gewenste isolatiesysteem te werken.

Stap 3: waar nodig, moet de spouw worden voorzien van manchetten of spouwborstels (bijvoorbeeld bij rolluikkasten, bij muurdoorgangen of om de na te isoleren muur te scheiden van aanpalende muren die niet worden geïsoleerd). De open stootvoegen bovenaan in het buitenspouwblad worden dichtgemaakt, de onderste open stootvoegen worden opengelaten (zodat eventueel binnengedrongen vocht de spouwmuur nog steeds kan verlaten).

Stap 4: er wordt een correct boorpatroon uitgezet. Dat wordt bepaald door de ATG-houder. Via de boorgaten wordt er een endoscopisch onderzoek uitgevoerd per gevel. De volledige gevel wordt van boorgaten voorzien vooraleer het opvullen van start kan gaan, omdat stof en puin zich anders kunnen vermengen met het isolatiemateriaal.

Stap 5: via de boorgaten wordt de reële spouwbreedte opgemeten, uniform verdeeld over de volledige geveloppervlakte.

Stap 6: de machines worden afgesteld vooraleer de gevel wordt nageïsoleerd. Er wordt voor het inspuiten van het isolatiemateriaal een testbox of testzak gemaakt om na te gaan of het isolatiemateriaal aan de vereisten voldoet.

Stap 7: de muur wordt via de boorgaten opgevuld. De machine spuit het isolatiemateriaal in onder een bepaalde druk (met behulp van een compressor). De spouwmuur wordt nagevuld middels een slangvormig patroon, vanonder te beginnen. Tijdens het navullen wordt de machine regelmatig gecontroleerd om er zeker van te zijn dat de muur wordt gevuld volgens de gestelde eisen.

Stap 8: de boorgaten worden opgevuld met een op het originele voegwerk gelijkende mortel. Er wordt vervolgens gecontroleerd of de rolluikkasten nog werken.