naar top
Menu
Logo Print

WIE NIET WORDT GEZIEN, IS GEZIEN


Veiligheidskledij voor infrastructuurwerken

Elk bouwbedrijf moet veiligheid hoog in zijn vaandel hebben staan. Omdat niet elk risico kan worden uitgesloten, kan veiligheidskledij de werknemers beschermen tegen onheil. Vooral het verhogen van de zichtbaarheid van uw medewerkers is een stap in de goede richting, en dat heeft ook de wetgever begrepen. Bij werken in de buurt van de openbare weg is het dragen van signalisatiekledij al verplicht. Op andere bouwwerven waar grote machines aan het werk zijn, is het ten stelligste aan te raden. Aan welke standaarden deze kledij moet voldoen, staat te lezen in de ISO 20471, een nieuwe norm die sedert 2013 in voege is.


RISICO'S OP DE WERF

Op een bouwwerf kan een werknemer aan diverse gevaren blootgesteld worden. Het voornaamste gevaar, zeker bij infrastructuurwerken, is de zichtbaarheid. Werknemers moeten te allen tijde goed opvallen, zowel voor andere collega's aanwezig op de werf als voor bijvoorbeeld voorbijrazende bestuurders bij wegenwerken. Daarnaast kan kledij beschermen tegen slecht weer (regen, wind en koude), mechanische risico's (snijwonden, wrijving en scheuren), thermische risico's (omgevingswarmte en -koude) en chemische risico's (zuren, basen, oplosmiddelen, koolwaterstoffen, stilstaand water …). Deze veiligheids- of beschermingskledij staat in contrast met de 'gewone' werkkledij. Veiligheidskledij wordt door de wetgever gezien als een persoonlijk beschermingsmiddel (PBM), omdat die bedoeld is om te beschermen tegen een of meer risico's die de veiligheid of de gezondheid van de werknemer kunnen bedreigen. Werkkledij dient vooral om te voorkomen dat de werknemer zijn eigen kleding bevuilt door de aard van zijn activiteiten. Beide types vallen onder een ander Koninklijk Besluit. Voor de beschermingskledij, waar dit artikel zich op toespitst, is dat het KB van 13 juni 2005 over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.


RISICOANALYSE ALS UITGANGSPUNT

Om te weten wat er nu precies (wettelijk) nodig is qua bescherming, dient de risicoanalyse als vertrekpunt. Bij ondernemingen met minder dan twintig personen is het meestal de werkgever die in samenwerking met zijn externe dienst voor preventie en bescherming de risico's bepaalt en de nodige beschermingsmiddelen kiest. De werkgever dient de werknemers rechtstreeks te raadplegen. Bij grotere ondernemingen staat de preventieadviseur in voor het advies aan de werkgever en aan het comité betreffende de analyse van de gevaren. In eerste instantie moeten er maatregelen genomen worden om zo veel mogelijk risico's uit te sluiten. Als deze maatregelen niet volstaan, moeten er collectieve maatregelen worden genomen. Pas daarna mogen er PBM's ingezet worden die beantwoorden aan de omstandigheden op de werf, die afgestemd zijn op de vereisten inzake de ergonomie, het comfort en de gezondheid van de werknemer, die geschikt zijn voor de drager en die op elkaar zijn afgestemd (als er meerdere PBM's tegelijk gebruikt worden).Het is de werkgever die verantwoordelijk is voor het ter beschikking stellen van PBM's. Verder staat hij in voor het opleiden en informeren van zijn werknemers over het correcte gebruik ervan. De werkgever staat met andere woorden in voor het voorzien van de juiste veiligheidskledij.


SIGNALISATIEKLEDIJ

Voor bedrijven, actief in infrastructuurwerken, is vooral signalisatiekledij van toepassing. De rest van het artikel zal zich hierop toespitsen. Met signalisatiekledij kan men de waarneembaarheid verhogen. Die eigenschap maakt dat een voorwerp onmiddellijk visueel de aandacht trekt en dus opgemerkt kan worden in zijn omgeving. Dit is vooral van belang in complexe omgevingen waar veel voorwerpen te zien zijn. De waarneembaarheid hangt ook af van het gebruik (properheid, zonlicht), hoe de kledij onderhouden wordt (wassen, reparaties) en hoe ze bewaard wordt (beschermd tegen stof, licht). Volgens het KB is het dragen van signalisatiekledij verplicht voor werknemers die tewerkgesteld zijn aan werkzaamheden op en langs de openbare weg waarbij het verkeer tijdens de duur van de werkzaamheden niet wordt verboden. Om te bepalen hoe die kledij er dan precies moet uitzien, wordt er verwezen naar een norm. Tot voor kort gold de EN 471 'Waarschuwingskledij met hoge zichtbaarheid voor professioneel gebruik
Beproevingsmethoden en eisen' als de standaard. Sinds oktober 2013 moeten fabrikanten hun producten laten certificeren o.b.v. de nieuwe EN ISO 20471:2013-norm.


INDELING IN KLASSEN

Signalisatiekledij krijgt in de oude, en in de nieuwe norm ook nog steeds, een indeling in drie klassen. Afhankelijk van de klasse wordt de oppervlakte van het retroreflecterende en fluorescerende materiaal en het materiaal met gecombineerde eigenschappen vastgelegd.

  • Klasse 1: kledij uit deze klasse moet 0,14 m² fluorescerend materiaal bevatten, 0,1 m² retroreflecterend materiaal en 0,2 m² materiaal met gecombineerde eigenschappen. Ze biedt de laagste beschermingsgraad en mag alleen vrijwillig gedragen worden. Ze mag niet gebruikt worden voor het uitvoeren van werken op of langs openbare wegen. Daarvoor moet er dus altijd een hogere klasse gekozen worden. Schouderbanden (banden op de schouders en rond het bovenlichaam) behoren tot klasse 1.
  • Klasse 2: kledij uit deze klasse moet 0,50 m² fluorescerend materiaal bevatten en 0,13 m² retroreflecterend materiaal. Kledij uit deze klasse wordt overdag gedragen, bij gunstige weersomstandigheden die een goede zichtbaarheid waarborgen. Ze is verplicht voor alle soorten werken. Hesjes behoren tot deze klasse. Ze moet ondersteund worden door een goede organisatie van de werf, een duidelijke werfsignalisatie die oordeelkundig aangebracht is, een snelheidsbeperking die aangepast is aan de omstandigheden, en alle andere nodige maatregelen die aangepast zijn aan de omstandigheden en de aandacht van de weggebruikers vestigen op de uitvoering van de werken op of langs de openbare weg.
  • Klasse 3: kledij uit deze klasse moet 0,8 m² fluorescerend materiaal bevatten en 0,2 m² retroreflecterend materiaal. Signalisatiekledij van klasse 3 mag gedragen worden in dezelfde omstandigheden als die van klasse 2, maar ze moet in elk geval gedragen worden bij het vallen van de nacht, 's nachts en in ongunstige weersomstandigheden (regen, sneeuw, mist …). Net als bij klasse 2 moeten alle nodige signalisatiemiddelen gebruikt worden en moeten alle maatregelen die aangepast zijn aan de omstandigheden, worden genomen om aan te geven dat er wegenwerken bezig zijn. In de praktijk behoren enkel jassen en overalls tot klasse 3.


ENKELE VERANDERINGEN IN NIEUWE NORM

Voortaan moeten fabrikanten van signalisatiekledij hun producten dus laten certificeren volgens de ISO 20471. Naast de wereldwijde erkenning zit de voornaamste verandering in het feit dat de gebruikers van zulke kledij aan alle kanten (360°) zichtbaar moeten zijn. Dat principe vinden we terug in het ontwerp. Op de kledij zullen er fluorescerend materiaal en horizontale retroreflecterende banden rondom het bovenlichaam, de benen en de armen aanwezig zijn. De norm beschrijft ook de vereisten voor de diverse modellen van kledij. Algemeen gesproken moet het basismateriaal het bovenlichaam, de armen en de benen omsluiten en een minimumbreedte van 50 mm hebben. De banden in retroreflecterend materiaal mogen niet smaller zijn dan 50 mm. Het nieuwe pictogram toont voortaan ook verticale banden. Verder beschrijft de norm de kleurvastheid bij het onderhoud van de kledij (wassen, stomen, drogen). Zo heeft de werkgever of de preventieadviseur toch een indicatie van wanneer de kledij precies aan vervanging toe is.


ONDERHOUD EN REPARATIES

Zoals aangehaald, blijft de werkgever verantwoordelijk voor de signalisatiekledij gedurende de volledige levensloop. M.a.w. hij staat ook in voor het onderhoud, de reiniging, desinfectering, herstelling en vervanging van de kledij. Wanneer het fluorescerende en retroreflecterende materiaal te veel slijtage heeft ondergaan om bij te dragen tot een goede waarneembaarheid, moet het vervangen worden. Voor het dagelijkse onderhoud is het belangrijk om de instructies van de fabrikant met betrekking tot het wassen nauwgezet op te volgen. Dat zal de levensduur van de kledij alleen maar ten goede komen. Er is geen compromis mogelijk op het vlak van wassen. Wanneer de kledij niet proper is, zal het aanwezige vuil ook de zichtbaarheid verminderen. Het wassen is de verantwoordelijkheid van de werkgever, de werknemer mag de kledij bij wet niet meenemen naar huis. Zo is er meer controle op de kwaliteit, maar kunnen er ook geen schadelijke stofdeeltjes in de wasmachine de rest van de was contamineren. Hetzelfde geldt voor reparaties aan de kledij. Die komen tevens op het conto van de werkgever en mogen nooit de waarneembaarheid van de signalisatiekledij in het gedrang brengen. Verschillende fabrikanten bieden een systeem van textielmanagement aan, waarbij ze het volledige beheer van de signalisatiekledij voor hun rekening nemen. Dan hoeft u zich er als werkgever niet om te bekommeren.


TRENDS

Hoewel het bewustzijn rond veiligheid en signalisatie de laatste jaren enorm is toegenomen
getuige de veiligheidshesjes die fietsers en voetgangers steeds vaker dragen
blijft er nog werk aan de winkel. Heel wat beroepsorganisaties voeren geregeld campagnes om het veiligheidsbewustzijn te vergroten. Het volstaat echter niet dat alleen de werkgever zich inzet in dit verhaal; veiligheid is een taak van iedereen. Om werknemers te motiveren om de voorschriften rond signalisatiekledij strikt op te volgen, kan men daarom het best ook rekening houden met het esthetische aspect. Kledij waarin men zich goed voelt, zal men sneller dragen. Verder doet men er goed aan om goed sluitende, regenbestendige kledij te kiezen die tegelijk ademend is, zodat het zweet afgevoerd kan worden. Er bestaan ook voldoende alternatieven om op zomerse dagen, wanneer de temperaturen hoog oplopen, veilige kledij aan te bieden die de werknemers toch voldoende comfort biedt in de hitte.

In samenwerking met Constructiv.

Foto's: Dassy, HaVeP, MEWA en V!P safety