4 vaak voorkomende schoorsteenproblemen: hoe los je ze op?
Regelmatig je schoorsteen laten vegen, kan je alvast veel ellende besparen. Maar wat doe je als de loodslabben of het metselwerk aan vervanging toe zijn? Of als je last hebt van condensatievocht? Je leest het in dit artikel.
Een lek aan de schoorsteen
Een lek in de schoorsteen kan vochtproblemen in de hand werken. Door de wind kan er immers regen in de schouw terechtkomen, met vochtplekken binnen als resultaat. Dat kan verschillende oorzaken hebben:
Beschadigde loodslabben
Veel schoorstenen zijn langs buiten omringd met loodslabben. Deze zorgen voor een waterdichte aansluiting tussen de schoorsteen en de dakbedekking. Ze kunnen door de jaren heen slijten, scheuren of verschuiven, wat kan leiden tot waterinfiltratie. Logischerwijze moeten versleten loodslabben die water doorlaten vervangen worden.
Versleten voegen en bakstenen
Na verloop van tijd kunnen de voegen tussen de bakstenen van de schoorsteen gaan scheuren of afbrokkelen. Dit maakt de schoorsteen poreus, waardoor water gemakkelijker naar binnen kan sijpelen. Ook de stenen zelf kunnen na verloop van tijd gaan scheuren. Die scheuren kunnen ontstaan door temperatuurverschillen, vorst of algemene slijtage en vormen een ingang voor vocht.
Bij poreuze bakstenen moet de schoorsteen opnieuw gemetseld worden (of enkel de slechte bakstenen vervangen indien mogelijk), bij poreuze voegen moet het voegwerk opnieuw gebeuren. Is het metselwerk daarna nog sterk waterabsorberend en blootgesteld aan slagregen, dan kan een geschikte waterwerende oppervlaktebehandeling eventueel bijkomende bescherming bieden. Laat wel eerst nagaan waar het vocht vandaan komt: hydrofoberen is geen oplossing voor elk vochtprobleem.
Deksteen brokkelt af
Boven op een gemetselde schoorsteen zit vaak een deksteen of dekplaat die het onderliggende metselwerk beschermt tegen regenwater. Na verloop van tijd kan die door vorst, vocht en weersinvloeden scheuren of beginnen af te brokkelen. Daardoor kan water in het metselwerk dringen en verdere schade veroorzaken.
Een beschadigde deksteen laat je daarom herstellen of, indien nodig, vervangen. Dat kan bijvoorbeeld door een nieuwe afdekking in beton, natuursteen of metaal. Belangrijk is vooral dat de afdekking voldoende afwatert en zo is uitgevoerd dat regenwater niet langs het metselwerk naar beneden loopt.
Kapotte schoorsteenkap
Een schoorsteenkap kan helpen om regenwater, vuil en vogels uit het rookkanaal te houden. Ontbreekt de kap of is ze beschadigd, dan kan er makkelijker water of vuil in de schoorsteen terechtkomen.
Een kap plaatsen of vervangen is echter niet altijd zomaar de oplossing: het type moet afgestemd zijn op de schoorsteen en het aangesloten verbrandingstoestel. Een verkeerd gekozen kap kan de afvoer van rookgassen namelijk hinderen. Laat daarom controleren welke schoorsteenkap geschikt is voor jouw situatie.

Condensatie in de schouw
Ook zonder een lek kan er vocht in een schoorsteen ontstaan. Wanneer warme rookgassen in een koud rookkanaal te sterk afkoelen, kan de aanwezige waterdamp condenseren tegen de binnenwand. Vooral bij oudere, ruime en slecht geïsoleerde gemetselde schoorstenen kan dat een probleem vormen.
Hoe herken je het?
Condensatie in het rookkanaal kan zich, net als insijpeling, uiten in vochtplekken op of rond de schoorsteen aan de binnenzijde van de woning. Ook verkleuringen, loskomend pleisterwerk of behang en een onaangename, roetachtige geur kunnen erop wijzen. Het condenswater kan roet en andere verbrandingsresten meenemen, waardoor bruine of zwarte vlekken op de schoorsteenwand kunnen ontstaan.
Let op: insijpeling of condensatie?
Vochtplekken rond een schoorsteen betekenen echter niet automatisch dat er condensatie optreedt. Regenwater kan bijvoorbeeld ook binnendringen via beschadigd voegwerk, een slechte deksteen of een gebrekkige aansluiting met het dak. Daarom moet eerst de precieze oorzaak van het vocht worden opgespoord.
Wat zijn de oorzaken?
Dimensionering van de schouw
Hoe sterker de rookgassen afkoelen tijdens hun weg naar buiten, hoe groter de kans op condensatie. Een te groot rookkanaal kan daarbij een rol spelen: de rookgassen stijgen er trager doorheen en krijgen meer tijd om af te koelen. Ook een lange schoorsteen door onverwarmde ruimtes of een slecht geïsoleerd kanaal kan de afkoeling versterken.
Nieuw toestel, oude schouw
Het probleem kan ook ontstaan wanneer een oude schoorsteen wordt gebruikt voor een ander of moderner verwarmingstoestel dan waarvoor hij oorspronkelijk ontworpen was. Moderne toestellen halen doorgaans meer warmte uit de verbranding, waardoor de rookgassen met een lagere temperatuur in het rookkanaal terechtkomen.
Bij de plaatsing moet daarom altijd worden nagegaan of de bestaande schoorsteen geschikt is. Is dat niet het geval, dan wordt het kanaal aangepast, bijvoorbeeld door de schoorsteen te tuberen met een rookgasafvoerkanaal dat geschikt is voor het toestel.
Hoe los je het op?
De oplossing bestaat erin te voorkomen dat de rookgassen te sterk afkoelen en ervoor te zorgen dat het rookkanaal geschikt is voor het aangesloten toestel. Bij een oude, te ruime gemetselde schoorsteen is tuberen dus de beste oplossing.
Ook het isoleren van het rookkanaal kan helpen om de rookgassen langer warm te houden. Bij een volledig nieuw kanaal kan bijvoorbeeld voor een dubbelwandig geïsoleerd systeem worden gekozen. Welk kanaal en welke uitvoering nodig zijn, hangt af van het verwarmingstoestel en de gebruikte brandstof. Laat een aanhoudend condensatieprobleem daarom beoordelen door een vakman.

Slecht trekkende schouw
Wat is trek?
'Trek' slaat op het proces waarbij warme lucht en rookgassen van een haard of kachel omhoog worden gezogen door de schoorsteen, aangedreven door het temperatuurverschil tussen de binnenkant van de schoorsteen en de buitenlucht, en het verschil in luchtdruk.
- Temperatuurverschil: Wanneer er een vuur brandt in een haard, stijgt de warme lucht en rook naar boven in de schoorsteen. Dit creëert een onderdruk in de haard, waardoor er verse lucht van buiten naar binnen wordt gezogen om het vuur te voeden.
- Luchtdrukverschil: Het verschil in luchtdruk tussen de lucht in de schoorsteen en de buitenlucht zorgt ervoor dat de rookgassen naar buiten worden afgevoerd.
Een goede trek zorgt ervoor dat de rook snel en efficiënt naar buiten wordt geleid, waardoor de haard goed brandt en rook niet naar binnen slaat. Dit is essentieel voor een goed functionerende schoorsteen en een veilige haard.
Niet te weinig, maar ook niet te veel
Bij onvoldoende trek kan rook, roet en schadelijke gassen zoals koolmonoxide in de woonruimte terechtkomen. Ook kan slechte trek ervoor zorgen dat het vuur niet goed brandt, wat leidt tot roetvorming en creosootophoping in de schoorsteen.
Ook te veel trek is niet wenselijk. Het vuur kan daardoor te hevig branden en er kan onnodig veel warmte via de schoorsteen verdwijnen. De juiste trek is daarom afhankelijk van het toestel en het rookgasafvoerkanaal.
Tip: trekregelaar
Bij een te sterke of sterk wisselende trek kan in bepaalde installaties een trekregelaar worden toegepast. Die laat bij een te grote onderdruk gecontroleerd extra lucht in het rookkanaal toe en helpt zo de trek te stabiliseren.

Wat als mijn schouw niet goed trekt?
Trekt de schouw niet goed? Dan ligt de oorzaak mogelijks bij de vorm en de diameter van het afvoerkanaal. Anderzijds kan onvoldoende luchttoevoer een boosdoener zijn.
Is het afvoerkanaal lang genoeg?
Om voldoende natuurlijke trek te creëren, moet een rookkanaal lang genoeg zijn. Bij houtkachels en haarden wordt in de praktijk vaak uitgegaan van een totale effectieve schoorsteenhoogte van minstens 4 à 5 m, gemeten vanaf de aansluiting op het toestel tot aan de uitmonding. De exacte benodigde hoogte hangt echter af van het toestel, de diameter van het kanaal, het verloop ervan en de plaats van de uitmonding. Hoe meer bochten en horizontale stukken, hoe groter de weerstand en hoe moeilijker de rookgassen kunnen worden afgevoerd.
Is de diameter afgestemd op het toestel?
Ook de diameter van het rookkanaal moet afgestemd zijn op het aangesloten toestel. Pelletkachels zitten vaak rond 80 à 100 mm, terwijl houtkachels veelal een aansluiting van 125 tot 180 mm hebben.
De voorgeschreven diameter vind je in de technische documentatie van het toestel en mag je niet zomaar verkleinen of vergroten. Een te smal kanaal kan de rookgasafvoer belemmeren, terwijl een te ruim kanaal de rookgassen te sterk kan laten afkoelen en eveneens voor een slechte trek kan zorgen.
Wat als de diameter of de lengte van het afvoerkanaal onvoldoende is?
In dat geval moet er meestal getubeerd worden met een nieuw rookgasafvoerkanaal dat qua diameter en eigenschappen op het toestel is afgestemd. Er wordt dus in de schoorsteen een nieuw rookkanaal geplaatst. Hiervoor kan bijvoorbeeld een enkelwandige starre of flexibele metalen voering worden gebruikt.
Is het rookkanaal daarentegen niet hoog genoeg om voldoende natuurlijke trek te creëren, dan lost tuberen dat probleem op zich niet op. In dat geval kan het nodig zijn om het rookkanaal of de uitmonding te verhogen of aan te passen.
Als tuberen via de bestaande schoorsteen niet mogelijk is, kan er eventueel gewerkt worden met een nieuw kanaal langs de gevel, of via een dakdoorvoer los van de schoorsteen. In dat geval wordt vaak gewerkt met een dubbelwandig geïsoleerd rookkanaal, waarbij isolatie tussen de binnen- en buitenwand de rookgassen langer warm houdt. Dat bevordert een goede trek en beperkt afkoeling en condensatie in het kanaal. Dan wordt de gebrekkige schoorsteen gewoon niet meer gebruikt.
Onvoldoende luchttoevoer
Ook onvoldoende toevoer van verbrandingslucht kan een slechte trek veroorzaken. Dat probleem komt vooral voor in goed luchtdichte woningen. Mechanische ventilatie of een krachtige dampkap kan bovendien onderdruk creëren, waardoor rookgassen moeilijker worden afgevoerd of zelfs kunnen terugslaan.
In dat geval moet er voldoende luchttoevoer worden voorzien. Bij geschikte kachels gebeurt dat bij voorkeur via een rechtstreekse buitenluchtaansluiting op het toestel. Is dat niet mogelijk, dan kan een permanente luchttoevoer naar de ruimte nodig zijn. Laat daarbij ook nagaan of ventilatie of een dampkap geen te grote onderdruk veroorzaakt. De benodigde luchttoevoer moet altijd worden afgestemd op het type verbrandingstoestel.
Ongunstige uitmonding
Ook een ongunstige ligging van de uitmonding ten opzichte van de nok, een hoger dakdeel of andere obstakels kan de trek verstoren. Door de uitmonding te verhogen of, waar mogelijk, op een gunstigere plaats te voorzien, kan ze buiten de zone met storende windwervelingen worden gebracht. In sommige situaties kan ook een geschikte trekbevorderende schoorsteenkap helpen om de invloed van wind te beperken.

Verstopte schouw
Een slecht trekkende schouw, en alle gevolgen van dien, kunnen ook te wijten zijn aan een verstopping in de schouw. Denk aan vuil, mos, bladeren of een klassieker: vogelnesten. Daarom is het steeds belangrijk om de schoorsteen geregeld te laten reinigen en eventuele vogelnesten te laten verwijderen. Vermoed je dat het rookkanaal verstopt is, gebruik de haard of kachel dan niet tot het kanaal gecontroleerd en vrijgemaakt is.
Schoorsteenkappen
Een schoorsteenkap kan helpen om regenwater, vuil en vogels uit het rookkanaal te houden. Bij moderne dakdoorvoeren en concentrische kanalen zijn kappen vrijwel standaard, maar bij de doorsnee gemetselde schoorsteen ontbreekt die nog vaak. Deze bestaan in verschillende vormen die naast een functionele, ook een esthetische meerwaarde aan je woning kunnen geven.
Sommige kappen zijn daarnaast specifiek ontworpen om de trek van de schoorsteen te ondersteunen. Zo'n trekbevorderende schoorsteenkap maakt gebruik van de wind rond de uitmonding om de afvoer van rookgassen te bevorderen en kan helpen om windinvloeden en rookterugslag te beperken.
Zo'n kap is echter geen standaardoplossing voor elke slecht trekkende schoorsteen. Ligt het probleem bijvoorbeeld bij een verkeerd gedimensioneerd rookkanaal, een verstopping of onvoldoende toevoer van verbrandingslucht, dan moet eerst die oorzaak worden aangepakt. Bovendien moet de kap geschikt zijn voor het type schoorsteen en het aangesloten verbrandingstoestel, zodat ze de rookgasafvoer niet belemmert.