Hoe bouw je elektriciteitskabels in?
In een nieuwbouwsituatie worden elektriciteitskabels ingewerkt in de muur, dat oogt het mooist. Maar hoe ga je te werk en waarop moet letten? We overlopen het in dit artikel.
De voorbereiding
Alles begint met een elektriciteitsplan
Uiteraard begin je niet aan de plaatsing van een elektrische installatie zonder elektriciteitsplan, waarop alle schakelaars en stopcontacten aangeduid staan met de correcte symbolen. Laat je indien nodig bijstaan door een vakman. Eens het plan is opgesteld moet je de nodige kabels en het schakelmateriaal bij elkaar verzamelen.
Sleuven uitfrezen
Met haakse slijper of muurfrees
Wanneer je elektrische leidingen inwerkt in de muur, moeten daar eerst sleuven voor worden uitgefreesd. Teken eerst het traject van de leidingen af op de muur en duid aan waar de inbouwdozen met verbindingen en aansluitpunten, zoals de stopcontacten en schakelaars, komen. Doe dat alles nauwgezet volgens je plan. Maak de sleuven zo verticaal mogelijk, horizontaal kan nefast zijn voor de stevigheid van de muur.
De sleuven zelf maak je met een haakse slijper. Wie een grote verbouwing doet, en dus veel slijpwerk voor de boeg heeft, kan voor dit werk een muurfrees of sleuvenfrees gebruiken. Op zo’n toestel zitten twee slijpschijven. Je werkt dubbel zo snel, zeker de moeite om te huren dus.
Draag bij deze slijp- als breekwerken zeker steeds een stofmasker, een stofbril, handschoenen en gehoorbescherming. Hou er ook rekening mee dat je hiermee heel wat stof zal veroorzaken en dek dus het nodige af om niet eindeloos te hoeven afstoffen.
Materiaal wegwerken
Het overtollige materiaal tussen de twee gleuven verwijder je achteraf met hamer en beitel of met een breekhamer. Zorg dat de openingen voor de inbouwdozen ook ruim genoeg zijn om straks de doosjes, met gips, te kunnen bevestigen.
Voor je uitfreest bij renovatie ...
Elke renovatiesituatie is anders, het kan zijn dat er achter de wand water- of gasleidingen lopen. Controleer dus voor je de wanden gaat uitslijpen of er zich ergens leidingen bevinden met een leidingzoeker.
Aan de slag
Inbouwdoosjes plaatsen
De montage van verbindingen en aansluitpunten, zoals schakelaars en stopcontacten, gebeurt in inbouwdoosjes. De leidingen lopen naar de inbouwbakjes toe, en gaan dan weer naar beneden voor de volgende schakelaar of het volgende stopcontact. Voor een lichtpunt aan het plafond lopen ze natuurlijk naar boven.
Plaats bepalen
Waar de inbouwdozen komen, staat dan wel op je plan. We geven toch nog enkele pointers voor de exacte plaatsing.
- Heb je meerdere contactdozen bij elkaar voorzien? Stopcontacten plaats je het best naast elkaar zodat je in beide stopcontacten tegelijk stekkers met een geplooide hals kunt gebruiken. Inbouwdozen voor schakelaars kan je gerust zowel naast als boven elkaar monteren.
- Voor stopcontacten laag bij de grond geldt dat ze 15 cm boven de bodem geplaatst moeten worden; voor vochtige ruimtes is dat 25 cm. Neem het vloerpas als referentie. Dit is het punt in de vloeropbouw waar de vloerafwerking zich bevindt.
- Bespaar ook niet op stopcontacten maar plaats meteen dubbele, want achteraf uitbreiden kan een grotere kost met zich meebrengen.
- Een schakelaar plaats je op 110 à 120 cm boven het vloerpas, met andere woorden: het midden van je inbouwpotje moet op 120 cm boven het vloerpas komen. Zo zitten de drukknoppen op een comfortabele hoogte om te bedienen.
Doosjes voorbereiden
Bereid alvast de inbouwdoosjes voor door het aantal nodige openingen uit te duwen. De meeste doosjes zijn daar immers op voorzien met klepjes die je makkelijk kan verwijderen. Komt er maar één leiding toe in het bakje, dan maak je dus ook één opening. Maak die opening zo dicht mogelijk naar de sleuf toe, zodat je niet te veel moet sukkelen met de kabel.
Voor grote verbruikers
Voor een meerfasige aansluiting van bijvoorbeeld een kookplaat zijn er speciale inbouwbakjes. Daarop sluit je de geschikte draden aan. Plaats voorlopig het beschermkapje op de aansluiting als je niet meteen je kookplaat aansluit.
Met gipspleister
Verwijder het stof in de opening waar de dozen moeten komen, en breng er dan pleister in aan. Plaats het doosje erin en maak de openingen errond goed dicht voor een optimale luchtdichtheid. Controleer telkens of je ze waterpas hebt geplaatst. Laat ze een beetje uitsteken als de muur achteraf nog bepleisterd moet worden. Eens de inbouwdozen klaar zitten, blijf je eraf tot het gips is uitgehard.
Achter een valse wand
Ook wie een valse wand met gipskarton bouwt, kan relatief eenvoudig de kabels daarachter wegwerken. Je doet dat uiteraard het best voor je de muur dichtmaakt met het gipskarton. Bij gipskartonwanden wordt eveneens gebruikgemaakt van inbouwdoosjes voor aansluitpunten en om verbindingen te maken. Daarvoor gebruik je specifieke inbouwdoosjes voor holle wanden. Maak een gat in je wand met een klokboor, plaats de doosjes en gebruik de schroeven om deze vast te zetten in de wand.
De leidingen plaatsen
Zijn de sleuven uitgefreesd en zitten de inbouwdozen klaar? Dan kan je de leidingen plaatsen in de sleuven om de doosjes te verbinden met elkaar per kring. Uiteraard maak je de stukken leiding op maat. Om overzichtelijk te werken en fouten zo veel mogelijk te vermijden, label je alles op de leidingen zelf en op je plan. Dat zal ook van pas komen bij de zekeringkast, waar alle leidingen uiteindelijk zullen uitkomen. Noteer ook telkens of het gaat om een stopcontacten- een verlichtings- of een gemengd circuit.
Tip
Bij nieuwbouw: leg de elektriciteitsbuizen pas nadat je de sanitaire leidingen hebt geplaatst, elektrische leidingen zijn flexibeler en dus makkelijker om ergens rond te werken.
Welke kabels je gebruikt, hangt af van het vermogen van wat je erop zult aansluiten. Als doe-het-zelver werk je voor standaardzaken zoals lichtschakelaars en stopcontacten - in een nieuwbouwsituatie - het best met voorbedrade VOB-preflexbuizen. In die flexibele buizen bevindt zich de aarding (geel-groen) en twee geleiders: de fasedraad (bruin) en de nulgeleider (blauw). Een overzicht van de soorten kabels vind je hier.
Tip
Je kan de leidingen tijdelijk vastzetten met een stukje van de buismantel. Snijd zo'n reststuk zo af dat het net iets langer komt dan de opening. Klem het ertussen en klop het erin, zodat de kabel daarachter op zijn plaats blijft.
Leidingen doortrekken
Zijn de inbouwdozen binnen een kring met elkaar verbonden, dan vertrek je nu met een preflexbuis vanuit het laatste punt rechtstreeks naar de zekeringkast. Neem niet te veel kabel, maar bereken wat je ongeveer nodig hebt. De kabels die over de vloer lopen, maak je vast op de bodem met bandijzers en slagpinnen of met schroeven en pluggen.
Sleuven dichtmaken
Als je in stenen muren hebt gewerkt, kan je de sleuven daarna dichtmaken met een waterdichte mortel, eventueel aangevuld met een additief zodat deze beter kleeft. Smeer met een truweel de sleuven volledig dicht tot boven. Werk mooi gelijk af met de muur. Eens de kabels wegzitten achter de mortel, kan je, nadat de muren gepleisterd zijn, aan de slag met de schakelaars en stopcontacten.














