Houten terras plaatsen: stappenplan voor een duurzaam plankenterras
Of je nu hout, composiet of bamboe planken kiest, de plaatsing van een dergelijk terras gebeurt over de materialen heen op dezelfde manier. Dankzij dit stappenplan kan je de plaatsing van je plankenterras succesvol zelf uitvoeren!
Eerst de fundering
Een goede fundering, afwatering en ventilatie zijn een must voor een duurzaam plankenterras.
Opgebouwd in lagen
Een plankenterras op volle grond wordt opgebouwd in verschillende lagen: een fundering, een draagconstructie op steunpunten en dan de planken zelf. Alles begint met een correcte voorbereiding van de ondergrond: de bodem wordt uitgegraven en zorgvuldig verdicht, zodat verzakkingen zoveel mogelijk vermeden worden.
Funderingslaag: waterdoorlatend of drainerend?
Daarna volgt de funderingslaag. Vaak is dit een waterdoorlatende stabilisélaag van om en bij de 15 cm dik. Deze laag dient als "dekvloer" voor het terras en laat toe dat regenwater infiltreert in de grond. Daarnaast kan je ook werken met een drainerende fundering, zoals gebroken steenslag/split, om vochtophoping te beperken.
Een waterdoorlatende stabilisélaag laat water wel doorsijpelen, maar de doorlaatbaarheid kan na verloop van tijd afnemen door dichtslibbing of verstopping met fijne deeltjes. Een drainerende opbouw met split of grind zorgt er vooral voor dat water ook effectief en snel wordt afgevoerd, zodat het niet onder het terras blijft hangen, waardoor een goed drainerende fundering tegenwoordig vaak de voorkeur krijgt.
Eventueel kan er tussen de funderingslaag en de bodem eerst een geotextiel of worteldoek geplaatst worden, om onkruidgroei te beperken.
Tegels, klinkers of dragers
Op die fundering komen vervolgens steunpunten die de draagconstructie op de juiste hoogte brengen. Dat gebeurt meestal met klinkers, betontegels of verstelbare dragers die op regelmatige afstanden van elkaar geplaatst worden.
In de praktijk liggen die afstanden meestal tussen 40 en 60 cm, afhankelijk van de sectie en overspanning van de draagbalken en de verwachte belasting. Bij zwaardere belasting of een minder stijve onderconstructie worden de steunpunten dichter geplaatst, zodat doorbuiging en verzakkingen vermeden worden.
Tegels of klinkers moeten dik genoeg zijn - minimum 2 tot 5 cm - zodat vrije lucht kan circuleren onder de planken. Dat zorgt ervoor dat het hout goed kan uitdrogen.
Tip
Om trillingen of contactgeluid te verminderen en kleine hoogteverschillen op te vangen, kunnen er rubberen pads tussen de steunpunten en de draagstructuur aangebracht worden.
De draagstructuur
Op die klinkers of tegels plaats je het raamwerk: een onderconstructie in hout of aluminium met stevige draagbalken, waarop vervolgens de terrasplanken bevestigd worden.
Afstand tussen de balken
De afstand die je tussen de balken onderling moet aanhouden, wordt vaak voorgeschreven door de terrasfabrikant. Vaak gebruikt men regels van ongeveer 45 × 70 mm tot 45 × 95 mm, terwijl de hart-op-hartafstand tussen de regels meestal rond 30 à 50 cm ligt (afhankelijk van het type terrasplank).
Een algemene vuistregel: hoe dikker de planken, hoe groter de tussenafstand mag zijn. Hoe dunner de planken, hoe dichter de draagbalken moeten liggen.
Richtwaarden:
- Planken van 20 mm dik: maximaal 40 cm tussenafstand.
- Planken van 28 mm dik: ongeveer 50 cm tussenafstand.
- Houtcomposiet: maximaal 30 cm, om doorbuiging te vermijden.
- Bamboe: maximaal 35 cm, afhankelijk van het systeem.
Je wil vooral vermijden dat de planken “veren” wanneer je erop stapt.
Hoe ga je nu concreet te werk voor de fundering?
Graaf eerst voldoende diep uit waar je terras moet komen, hetzij met schop en spade of met een graafkraan. Bepaal uiteraard eerst je eindniveau of het bestratingsniveau, de bovenkant van de terrasplanken, en reken van daar terug naar je uitgraafdiepte.
Fundering aanbrengen
Vervolgens giet je de stabilisé of de steenslag uit en dam je die wat aan met een trilplaat om van een stabiele ondergrond te vertrekken. Merk je na het aandammen nog eventuele verzakkingen? Vul die dan op met een extra laag van je funderingsmateriaal. Dan kan je de fundering een dag laten rusten.
Tip
Om te weten hoeveel stabilisé je moet aanmaken of laten aanvoeren, meet je eerst de hoogte tot waar de klinkers moeten komen. Daarvoor meet je vanaf de grond tot aan de bovenkant van het bestratingsniveau. Vermenigvuldig die hoogte met de lengte en de breedte van je terras.
Klinkers, tegels of dragers uitzetten
Op de funderingslaag komen vervolgens de steunpunten voor de draagconstructie. Hier voorzie je de helling van het terras. Regenwater moet immers vlot kunnen afvloeien. Zorg voor een helling van 1 à 2 cm per meter, richting de tuin.
Het is cruciaal dat je dit in deze stap doet. Als je steunpunten perfect vlak liggen maar je probeert achteraf een helling te forceren, dan krijg je bijna altijd een ongelijke onderconstructie, planken die niet mooi aansluiten, spanningen of hoogteverschillen.
Zet met metserskoord aan de zijkanten een referentielijn uit: aan de gevel het hoogste punt, en richting tuin het laagste punt. Daarna kan je de rijen klinkers of tegels leggen, telkens in een bedje stabilisé. Begin aan de dorpel en meet goed af. Controleer regelmatig met een waterpas, zowel in de richting van het afschot als haaks erop.
Draagconstructie
Wanneer de klinkers of tegels geplaatst zijn, leg je daarop de draagbalken van de onderconstructie. Denk vooraf goed na over de legrichting: de terrasplanken worden namelijk altijd haaks op de draagbalken gemonteerd. Verbind de draagbalken onderling met dwarslatten of korte balkstukken, zodat de juiste onderlinge afstand behouden blijft en het geheel stevig en stabiel blijft.
Kan een plankenterras op beton?
Een houten terras kan je ook op een betonplaat aanbrengen. Het is praktisch omdat de ondergrond stabiel en vlak is, waardoor de plaatsing sneller en eenvoudiger kan verlopen dan op losse ondergrond.
Hoe wordt de draagconstructie verankerd?
In dat geval wordt de onderconstructie meestal op regelmatige afstanden mechanisch bevestigd, bijvoorbeeld door de draagbalken (regels) te verankeren met geschikte betonpluggen of door te werken met dragers die in of op het beton worden bevestigd.
Let op de waterhuishouding
Een houten terras op beton is niet altijd ideaal, omdat beton water kan vasthouden en het hout daardoor trager droogt, wat de kans op rot of kromtrekken verhoogt als er geen goede ventilatie is onder de planken. Daarom is het belangrijk om de onderconstructie te ontkoppelen van het beton met rubberen pads ter bescherming.
Daarnaast moet je voldoende afwatering voorzien, idealiter door een licht afschot in het beton. Als die helling er niet is in een betonplaat die er al ligt, kan je daar een mouw aan passen door de onderconstructie voor het terras op verstelbare dragers te plaatsen en zo zelf een helling te creëren, of door eventueel een afvoergoot te voorzien daar waar water anders blijft staan.
Dan de terrasplanken
De planken bevestigen kan op verschillende manieren.
Eerst: uitzetvoegen bepalen
Waarom uitzetvoegen?
Regenwater moet kunnen afvloeien van de terrasplanken en moet eronder ook kunnen infiltreren. We haalden al aan dat tegels/klinkers die de draagstructuur ondersteunen minstens 2 tot 5 cm dik moeten zijn.
De onderconstructie mag daarnaast ook nooit opgesloten zitten zonder luchtcirculatie, want dat zou rot en stabiliteitsproblemen veroorzaken. Sluit de onderkant of zijkanten van het terras (dus rond dorpels, regenpijpen of afboordingen) niet volledig dicht, zodat lucht kan circuleren en vocht kan verdampen. Met andere woorden: voorzie een uitzetvoeg.
Houd ook voldoende afstand tussen de terrasplanken onderling. Terrasplanken krimpen en zetten immers uit door temperatuurschommelingen en vocht. Door uitzetvoegen te voorzien tussen de planken, en tussen de aansluiting van het terras met een gevel, zorg je niet alleen voor een goede ventilatie, maar voorkom je ook dat planken gaan scheuren.
Hoe breed moet een uitzetvoeg zijn?
Fabrikanten van terrasplanken geven vaak wel mee hoe breed de uitzetvoegen moeten zijn. Je kan kaleerblokjes of afstandshouders gebruiken om de juiste afstand consistent aan te houden, ofwel wordt die afstand al bepaald door het bevestigingssysteem.
Weet je niet welke tussenafstand je moet toepassen? Er zijn ook algemene vuistregels die je kan hanteren.
- Bij een vrije rand langs de gevel laat je een voeg van minstens 10 à 15 mm open.
- Tussen de planken onderling laat je rond de 5 à 8 mm als open (soms meer bij nat geplaatst hout dat nog zal krimpen).
Hoewel deze vuistregels een leidraad bieden, raadpleeg je bij twijfel steeds de technische fiche van je terrasplanken, of als je dat niet hebt, pols je bij de fabrikant.
Zichtbare bevestiging
Je kan terrasplanken rechtstreeks in de balken vastschroeven met een schroefboormachine. Bij deze manier van bevestiging zijn de schroeven bovenaan zichtbaar. Zorg ervoor dat de schroefkoppen voldoende verzonken (vlak met de planken of licht verzonken) zitten in de planken. Idealiter gebruik je daarvoor een verzinkboor, waarna je de schroef inbrengt. Vergeet bij hardhouten terrasplanken niet om eerst voor te boren voor je schroeft.
Om roest tegen te gaan kies je hier uiteraard ook voor corrosiebestendige (inox) schroeven. Er zijn heel wat schroeven op de markt die specifiek geschikt zijn voor houten terrassen – dit zijn schroeven die ook het krimpen en uitzetten van hout en houtcomposiet moeten kunnen opvangen zonder dat de planken het na enkele jaren begeven.
Let er verder ook op dat de plek waar je de terrasplanken vastschroeft overal gelijk is. De schroeven moeten in één lijn gefixeerd zijn, dat oogt netter.
Onzichtbaar bevestigen
Er zijn ook verschillende onzichtbare bevestigingssystemen op de markt. De schroeven worden bij deze manier van bevestigen onzichtbaar in het eindresultaat.
Met clips
Onzichtbare bevestigingssystemen komen vooral neer op het gebruik van clips, die je zowel aan de draagbalken als aan de terrasplanken vastschroeft.
Dergelijke clips zijn tevens uitgerust met afstandshouders die ervoor zorgen dat de terrasplanken op dezelfde afstand komen te liggen van elkaar – zonder dat je moet gebruikmaken van kaleerblokjes dus. Afhankelijk van het systeem schroef je de clips op de draagbalken of eerst aan de plank vast.
Met beugels
Terrasplanken kan je ook bevestigen met beugels die je vastschroeft op de draagbalken. De terrasplanken die bij deze beugelsystemen horen, zijn uitgerust met een groef waar de beugel in kan haken. Je schroeft de beugels pas volledig vast wanneer twee aaneengrenzende terrasplanken naast elkaar liggen en de beugels zijn ingehaakt. Wanneer de terrasplanken erop liggen, kan je nog wat uitkaleren indien er nog speling is tussen draagbalk en klinker.
Klikterras
Als alternatief kan je ook een klikterras aanleggen. Hierbij is een (aluminium) draagstructuur uitgerust met clips waarop de planken direct vast te klikken zijn. Die stroken kan je vastschroeven op een houten draagstructuur, op grind leggen, of op een betonnen ondergrond.
Tip
Leg de planken in een wildverband voor een mooi, natuurlijk ogend resultaat: met het reststuk dat je over hebt van de laatste plank in de ene rij, begin je aan de volgende rij. Moet je een plank op maat zagen? Haal er een afkortzaag bij, zeker als je met hardhout werkt.
Afboording
Esthetisch gezien werk je, als het terras hoger gelegen is dan de tuin, de kopse kanten van de draagstructuur weg. Daar breng je dus nog een plint aan – meestal komt dat neer op een plank uit hetzelfde materiaal als de terrasplanken, die je op zijn kant legt en fixeert aan de draagstructuur met passende schroeven – zorg er ook weer voor dat je de schroeven verzonken bevestigt.









