Hoe leg je een stenen terras aan?
Een betonnen, keramisch of natuursteen terras is dan wel duurzaam, het leggen ervan is wel een intensiever werkje. We overlopen hoe je dat kan aanpakken.
De fundering
Je begint met de maten uit te zetten en het perceel te markeren. Daarna kan je uitgraven - hetzij met schop en spade, hetzij een graafkraan, tot op de diepte die nodig is voor de voorziene opbouw. Let erop dat de bovenkant van de bestrating altijd onder het waterkeringsniveau van je woning blijft.
Onderfundering
Een onderfundering is niet altijd nodig bij een klassiek terras, maar wel aangewezen bij zwakke of vochtige ondergrond en bij hogere belasting (zoals een oprit). Deze laag bestaat meestal uit een laag van 20 cm aan gebroken betonpuin of steenslag die wordt aangebracht, verdicht en aangetrild met een trilplaat. Daarop komt eventueel een drainagevlies aan om water af te voeren
Funderingslaag
Boven op de onderfundering komt de funderingslaag. Voor een klassiek stenen terras op volle grond bedraagt de funderingslaag (in stabilisé of goed verdichte steenslag) minstens 15 cm. Op minder draagkrachtige ondergrond (zoals kleigrond) of bij zwaardere belasting kan dit oplopen tot 20 cm. Die dikte is nodig om voldoende draagkracht en stabiliteit te garanderen, puntbelasting te spreiden en vorstschade te beperken door een goede waterafvoer.
Stabilisé
Een fundering voor een stenen terras wordt vaak uitgevoerd in stabilisé (een mengsel van zand en cement). Dit materiaal combineert een goede drukvastheid met een zekere waterdoorlatendheid, waardoor het geschikt is als stabiele basis voor een terras.
De stabilisé wordt egaal verspreid, op hoogte gebracht en zorgvuldig aangedamd of licht aangetrild. Eventueel kan je ter versteviging ook een wapeningsnet voorzien in de stabilisélaag voor extra stevigheid.
Korrelbeton
Een alternatief op stabilisé is gebroken steenslag of korrelbeton (meestal gerecycleerd beton), vooral bij waterdoorlatende/passerende systemen met betontegels of betonklinkers. Het menggranulaat wordt in lagen aangebracht, verspreid over het oppervlak en mechanisch verdicht met een trilplaat tot een stabiele ondergrond.
Door de open structuur kan water gemakkelijk doorheen de funderingslaag sijpelen, wat bijdraagt aan een betere waterhuishouding. Daarnaast is korrelbeton een duurzame keuze vanwege het hergebruik van bouwafval en biedt het, mits correcte plaatsing en verdichting, een stevige en vorstbestendige ondergrond voor diverse verhardingstoepassingen.

Na het funderen ...
Of je nu voor stabilisé of korrelbeton gaat: na het aantrillen of aandammen van je fundering, vul je eventuele verzakkingen op met een extra laag van je funderingsmateriaal. Dan kan je de fundering een dag laten rusten voor je in een verdere fase een straatlaag (bij betonklinkers/tegels) of deklaag (bij natuursteen/keramische steen) legt.
Een stenen terras op beton?
Een betonnen draagvloer vermijd je best voor een terras. Een betonplaat is op zich immers weinig poreus en gevoeliger voor scheurvorming door krimp en uitzet, waardoor je meer risico loopt op gebarsten tegels. Soms kan je echter niet anders (omdat de betonplaat er nu eenmaal al ligt, en je het misschien niet ziet zitten om die uit te breken). In dat geval moet je zeker zijn dat de plaat voorzien is van voldoende afschot (minstens 1,5 à 2%), zodat regenwater correct kan worden afgevoerd.
Draineren en ontkoppelen
Als je tegels op een betonplaat wil verlijmen, wordt steeds aangeraden om ook werken met een drainagemat. Die zorgt voor een gecontroleerde waterafvoer onder de tegels, wat de kans op vorstschade vermindert. Best heeft de drainagemat ook een ontkoppelende functie, waardoor ze een scheidingslaag vormt die spanningen opvangt door krimp of uitzetting van het beton. Zo wordt vermeden dat eventuele scheurtjes in de draagvloer zich doorzetten in de bestrating.
Drainage- en ontkoppelingsmatten hebben meestal een noppen- of rasterstructuur en een vervormbare tussenlaag die horizontale bewegingen, krimp of haarscheuren in de betonplaat kan opvangen zonder dat die zich doorzetten in de tegel.
Hoewel er ook ontkoppelingsmatten bestaan die niet zozeer een drainagefunctie hebben, wordt er bij buitentoepassingen meestal aangeraden om expliciet te kiezen voor een gecombineerde ontkoppelings- en drainagemat.
Randisolatie
Bij verlijmde terrassen kan het zijn dat je nog randisolatie moet aanbrengen langs gevels en opstanden. Dit vangt uitzetting en krimp van beton en tegels op en voorkomt spanningen en scheuren. De strook breng je aan voor je de fundering aanlegt. Bovenaan blijft een kleine voeg over, die nadien elastisch wordt afgewerkt.
De afboording
Waarom een afboording voorzien?
Een afboording is essentieel bij een stenen terras. Ze voorkomt dat tegels of klinkers op termijn zijdelings verschuiven of verzakken en zorgt ervoor dat de fundering en straatlaag netjes opgesloten blijven. Boordstenen worden doorgaans geplaatst in een bedding van stabilisé of magere beton en aan de buitenzijde stevig vastgezet.
Let ook op de plaatsingshoogte: een boord die iets boven de tegels uitkomt, houdt alles beter op zijn plaats, terwijl een lagere of verzonken afboording een zachtere overgang creëert naar gazon of beplanting. Hoe hoog een afboording moet komen, zet je simpelweg uit met betonijzers en metserskoord.
Afboording kiezen: wat zijn de opties?
Klassiek zijn boordstenen in beton of natuursteen, die zichtbaar boven het maaiveld uitsteken of net gelijk liggen met de bestrating. Betonboorden zijn budgetvriendelijk en strak van uitzicht, terwijl natuursteen een meer verfijnde, natuurlijke afwerking geeft.
Daarnaast kan je ook kiezen voor metalen kantopsluitingen (zoals aluminium of cortenstaal) voor een minimalistische look, of voor een gegoten boord in beton die ter plaatse wordt gevormd. In sommige tuinen wordt ook gewerkt met een onzichtbare kunststof of metalen rand, vooral wanneer de overgang naar gras of grind subtiel moet blijven.
De keuze hangt af van de stijl van je terras, de belasting en de gewenste afwerking. Een oprit of zwaar belast terras vraagt een stevige, goed verankerde boordsteen. Esthetisch kan je de afboording laten contrasteren of net laten aansluiten bij de bestrating.
Wanneer voorzie je de afboording?
De afboording van een terras plaats je nadat de ondergrond is uitgegraven en de funderingslaag is aangebracht en verdicht. Op dat moment ligt de basis van het terras vast, maar is er nog geen straatlaag of bestrating aangebracht.
Idealiter breng je de afboording aan vóór de straatlaag en de tegels/klinkers te plaatsen, omdat ze dient als vaste begrenzing. Ze houdt de fundering en het legbed op hun plaats, voorkomt verschuiving en bepaalt mee de uiteindelijke hoogte en lijn van het terras. Pas wanneer de afboording correct is uitgelijnd en vastgezet, kan je de straatlaag aanbrengen en het terras verder afwerken.
Gegoten afboording: na aanbrengen van bestrating
Giet je je afboording in beton in plaats van stenen te plaatsen? Dan doe je dat wanneer de terrasbekleding geplaatst is. Voor het gieten plaats je eerst een bekisting. Bevochtig de geul eerst voor je het beton erin giet – zo wordt het water in het betonmengsel niet meteen opgenomen in de grond. Vul dan de geul gedeeltelijk en breng wapening aan. Giet dan de bekisting vol, laat 24 uur uitharden en verwijder de bekisting.
Straatlaag of legbed
De straatlaag of het legbed is de dunne laag van enkele centimeters dik, waarin betontegels of -klinkers effectief worden geplaatst. Bij plaatsing in stabilisé kan dit een dunne egalisatielaag zijn in hetzelfde materiaal. In waterdoorlatende systemen wordt soms fijn split (bijvoorbeeld kalksteen- of porfiersplit) gebruikt als legbed, vooral bij betontegels of klinkers.
Niet aantrillen, maar afreien
Deze laag moet de laatste oneffenheden opvangen en wordt niet aangetrild, maar afgereid met een reilat tot het vlak overal de juiste hellingsgraad heeft en de stenen in een rechte lijn geplaatst kunnen worden. Controleer af en toe met een waterpas in de richting van het afschot en haaks erop.
Referentielijn uitzetten
Span met metserskoord eerst referentielijnen van hoek tot hoek. Aan de woning ligt doorgaans het hoogste punt; richting tuin voorzie je een lichte daling voor een goede waterafvoer.
Paden uitzetten
Om de straatlaag correct af te reien, werk je met meerdere “paden”. Die zet je uit met reiprofielen of geleiders (lange metalen latten waarop je straks de reilat laat rusten). Betonijzers kunnen ook dienstdoen. De afstand tussen twee geleiders is iets kleiner dan de lengte van je reilat.
Begin met het bepalen van referentiepunten langs weerszijden van het terras. Druk aan de laagste zijde op verschillende plaatsen een klinker in de stabilisé, telkens tegen de rand of afboording. Houd tussen de klinkers telkens een afstand aan die kleiner is dan de lengte van je afreilat. Breng elke klinker op de juiste hoogte.
Dan span je per klinker in een rechte lijn een metserskoord naar de overkant, volgens de nodige helling. De bovenkant van de klinker moet het gespannen metserskoord net raken.
Reiprofielen plaatsen
Maak daarna per pad langs deze lijn een smalle geul in de stabilisé met een klinker, en plaats er een geleider of reiprofiel (of betonijzer) in. Klop voorzichtig aan met een rubberhamer tot het exact op hoogte ligt. Herhaal deze werkwijze op meerdere plaatsen over het terras, zodat je verschillende parallelle geleiders verkrijgt.
Afreien
Zo ontstaan meerdere “paden” waarover je de stabilisé correct kunt afreien. Werk van het hoogste naar het laagste punt. Plaats de reilat op twee geleiders tegelijk en trek de overtollige stabilisé naar je toe. Zo krijg je een vlakke en gelijkmatige straatlaag. Overtollig materiaal schep je weg. Kleine putjes kun je nadien bijvullen en gladstrijken met een pleisterspaan.
Verlijming: chapelaag
Keramische tegels en dunnere natuursteen worden vaak verlijmd of in een legmortel geplaatst. In dat geval is er geen klassieke stabilisé-straatlaag, maar breng je een lijm- of mortellaag aan op een (buiten)chapelaag van minimum 5 cm dik, die eveneens wordt afgereid volgens de helling van het terras.
De bestrating
Met de fundering, de afboording en een eventuele straatlaag in orde, kan je de bestrating zelf plaatsen.
Recht in de stabilisé
Betonklinkers en tegels mogen meteen op de niet-aangetrilde straatlaag geplaatst worden (tenzij het gaat om een type dat specifieke verlijming vraagt). Wacht zeker niet tot de stabilisélaag droog is.
Welke legwijze (volverband, halfsteen, wildverband, ...) je ook prefereert, houd tussen de stenen telkens een voegbreedte aan zoals voorgeschreven door de fabrikant. Vaak is dat ongeveer 1 cm. Dat kan je met afstandshouders. Die gebruik je bij de eerste rij voor elke steen die je legt. Deze rij gebruik je dan als richtlijn voor de volgende rijen.
Telkens je een nieuwe rij begint, plaats je eerst de eerste en laatste steen of tegel. Door langs die twee stenen een koordje te spannen, kun je gemakkelijk alle tegels in de rij op een rechte lijn krijgen.
Verlijming
Keramische tegels en veel soorten natuursteen worden buiten meestal verlijmd. Vooral bij dunne tegels, grote formaten of intensief gebruik is verlijming aangewezen, omdat dit zorgt voor maximale stabiliteit en een gelijkmatige ondersteuning.
Voor buitentoepassingen gebruikt men doorgaans een flexibele, vorstbestendige cementgebonden lijm, meestal van het type C2 S1 of S2. Deze lijmen hebben een verbeterde hechting en zijn voldoende vervormbaar om spanningen door temperatuurschommelingen op te vangen. Bij natuursteen wordt vaak een witte lijm toegepast om verkleuring te vermijden.
De fabrikant van de keramische tegels of natuursteen geeft doorgaans het geschikte lijmtype aan. Die voorschriften volg je best strikt op.
Dubbele verlijming
Er wordt vrijwel altijd gewerkt met dubbele verlijming. Daarbij wordt lijm aangebracht met een lijmkam op zowel de ondergrond als op de achterkant van de tegel. Zo ontstaat een quasi volledig contact zonder holle ruimtes. Dat is essentieel om waterinsijpeling en vorstschade te voorkomen.
Of een legmortel
Sommige natuursteentegels worden geplaatst in een aangepaste mortellaag, zoals drainagemortel. Ook hier is een stabiele, voldoende uitgeharde ondergrond en correct afschot noodzakelijk.
Stabilisatiematten of stabilisatieplaten
Keramische terrastegels kan je ook plaatsen op stabilisatieplaten, zonder ze te moeten verlijmen. De platen worden aangebracht op een uitgevlakte funderingslaag in stabilisé of op een goed verdichte steenslaglaag.
Ze zorgen voor een stabiele ondersteuning en verdelen de belasting gelijkmatig over de ondergrond. Dit systeem maakt een droge plaatsing mogelijk, waarbij de tegels niet verlijmd worden maar vastliggen in het rooster van de plaat. Het voordeel is een snelle plaatsing en een goede waterdoorlatendheid.
Tegeldragers
Tegeldragers zijn (meestal plastieken) pootjes waarop je tegels komen te rusten. Je gebruikt tegeldragers vooral als je de tegels niet kan lijmen. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer je werkt op een betonnen ondergrond of als je een dakterras wil aanleggen.
Op waterdichtingsmembranen mag je immers doorgaans niet rechtstreeks lijmen omdat je de dakafdichting niet wil beschadigen en omdat spanningen of waterinsijpeling problemen kunnen veroorzaken. Een systeem met tegeldragers is dan een veilige en omkeerbare oplossing.
Verstelbaar
Tegeldragers bestaan in verschillende vaste hoogtes, maar ook in verstelbare varianten. Handig om hoogteverschillen op te vangen, een afschot te corrigeren of leidingen en afvoeren onder de vloer weg te werken.
Open ruimte
Een belangrijk voordeel van tegeldragers is dat ze een open ruimte creëren onder de tegels. Daardoor kan regenwater vrij wegstromen naar de afvoerpunten, wat waterophoping voorkomt.
Afstandshouders
De meeste tegeldragers hebben bovenaan afstandshouders of voeglippen. Die zorgen ervoor dat de tegels niet verschuiven en garanderen een constante voegbreedte. Afhankelijk van het systeem kan je deze lippen afbreken wanneer je tegen een muur of rand werkt. Voor grotere of dunnere tegels zijn er ook accessoires zoals extra kopstukken, rubberen antislip- of geluidsdempende pads, en verstevigingsplaten om puntbelasting beter te verdelen.
Specifieke handelingen
Bij elk stenen terras dat je aanlegt zal je het tegenkomen: je moet een tegel of klinker op maat maken, of je moet een putdeksel inwerken. We geven mee hoe je dat doet.
Tegel of klinker op maat
Haakse slijper
Een tegel of klinker maak je op maat met een haakse slijper voorzien van een geschikte diamantschijf. Betonklinkers kunnen meestal probleemloos met een haakse slijper op maat worden geslepen. Voor dikkere klinkers of grotere aantallen kan een steenzaag of klinkerknipper efficiënter zijn.
Bij keramische tegels vermijd je best afbrokkelen door eerst licht in te slijpen en daarna volledig door te snijden. Snijd bij gebruik van een haakse slijper steeds met de zichtzijde naar boven. Grote tegels ondersteun je voldoende om breuk tijdens het snijden te voorkomen.
Werk steeds zorgvuldig en draag de nodige beschermingsmiddelen: een veiligheidsbril, gehoorbescherming, handschoenen en eventueel een stofmasker.
Tegelzaag
Voor grotere of nauwkeurige sneden kan je een tegelzaag huren. Deze watergekoelde tafelzaag zorgt voor een preciezere en stofarmere snede, wat vooral bij keramische tegels en natuursteen sterk aan te raden is.
Putdeksel inwerken
Moet je een putdeksel integreren in je terras, dan verwijder je eerst het bestaande deksel en maak je rondom voldoende ruimte vrij. Verwijder de stabilisé of fundering rond de opening zodat het nieuwe kader stevig kan worden vastgezet.
Kader plaatsen en uitlijnen
Plaats het kader van het nieuwe (inleg)putdeksel op de juiste hoogte. Gebruik een tegel of klinker als referentie om het uiteindelijke niveau te bepalen. Houd daarbij rekening met de dikte van de straatlaag of lijmlaag én met het afschot van het terras. Stel het kader correct af met kaleerblokjes en veranker het stevig in stabilisé of (snel)cementmortel. Controleer zorgvuldig of het waterpas en op de juiste hoogte ligt.
Putdeksel opvullen
Bij een inlegdeksel kan je de binnenzijde nadien opvullen met stabilisé of mortel en afwerken met tegels of klinkers. Snijd de omliggende bestrating eerst nauwkeurig op maat zodat de aansluiting strak is. Werk het deksel pas af wanneer het kader volledig vastzit en uitgehard is.
Eens de bestrating er ligt, kan je aan de slag met de voegen. Lees hier hoe je dat aanpakt.








