Hoe maak je de natuur tot bondgenoot?
Op de koffie bij tuinarchitect Stefaan Willems (Greenarchitects)
Sinds de oprichting van Greenarchitects in 2008 heeft Stefaan Willems ruim 380 tuinen op de teller staan. Samen met zijn team kreeg hij doorheen die 18 jaar een brede waaier aan opdrachten onder handen, waarmee het ontwerpbureau al snel een naam smeedde voor zichzelf binnen de tuin- en landschapsarchitectuur. GardenPro trok naar zijn modeltuin in Wetteren voor een diepgaand gesprek over zijn professionele parcours en de keuzes die aan zijn realisaties voorafgaan.
Kiemen uit de kindertijd
De affiniteit met water en landschap zit bij Willems al van jongs af aan ingebakken. Als kind bracht hij veel tijd buiten door en was hij voortdurend in de weer met wat hij daar aantrof. "Tijdens mijn examens bouwde ik soms zelfs kleine vijvertjes waar ik folie, plantjes en vissen in aanbracht", herinnert hij zich al smalend. "Mijn jeugdige liefde voor waterelementen is intussen iets wat in mijn ontwerpen is blijven terugkomen."
Ook de smaak voor architectuur had hij al vroeg te pakken. Toen zijn ouders een woning lieten bouwen, maakte de dertienjarige Willems er zelf een volledige maquette van. Enkele jaren later koos hij aan Sint-Lucas Gent voor de vooropleiding Architecturale Vormgeving. Daar wakkerde docent Gilbert Decouvreur die belangstelling verder aan. Dat deed hij met diashows over de architectuur die hij tijdens zijn vele reizen ontdekte, en met creatieve opdrachten rond ruimte en vormgeving. Deze vroege prikkels zouden later bepalend zijn voor hoe Willems natuur en architectuur met elkaar verbindt.
Nadien kwam alles in een sneltreinvaart. Stefaan volgde de opleiding Tuin- en Landschapsarchitectuur aan HoGent en deed vervolgens twee jaar ervaring op bij het gerenommeerde Nederlandse bureau West 8. Terug in België ging hij aan de slag bij Genico in Ruiselede, waar hij zich verder bekwaamde in technisch uittekenen en detailleren. Rond diezelfde periode zette hij als zelfstandige in bijberoep zijn eerste stappen, en naarmate de opdrachten zich opstapelden, rijpte de ambitie om er voltijds voor te gaan. In 2008 hakte Stefaan de knoop definitief door, verruilde hij zijn bijberoep voor een voltijds statuut en zag Greenarchitects officieel het levenslicht.
Tussen twee uitersten
Sindsdien heeft de zaakvoerder een portfolio van welgeteld 380 gerealiseerde projecten opgebouwd. Zijn ontwerpstijl is door de jaren heen echter behoorlijk veranderd. "Bij mijn allereerste opdrachten leunde ik sterk aan bij de destijds gangbare trend van strakke, geometrische vlakverdelingen, waarin rigide, rechte lijnen dominant waren. Maar na verloop van tijd begon ik die doorgedreven rechtlijnigheid in vraag te stellen. Tegelijkertijd spreken de extreem vloeiende, golvende lijnen van de klassieke Engelse landschapstuin mij ook niet bijzonder aan", legt hij uit. "Het liefst van al zoek ik naar een zekere spanning tussen sterke architecturale geometrie en een losse, dynamische beplanting."
"Een vrij en aantrekkelijk uitzicht wordt vaak over het hoofd gezien"
LEVEND LABORATORIUM IN WETTEREN
Aan zijn woning in Wetteren onderhoudt Stefaan Willems een eigen 'modeltuin' die zich evenzeer als visitekaartje als onderzoeksterrein laat lezen. "Het is de plek waar ik mijn overtuigingen aan de werkelijkheid toets voordat ze in een opdracht terechtkomen. Welke inheemse soorten doorstaan een langdurige droogte zonder te kwijnen? Hoe herstelt de bodem zich wanneer uitgebloeide stengels tot diep in het voorjaar blijven staan? En welke waardplanten trekken daadwerkelijk vlinders en andere bestuivers aan? Door geduldig te observeren en waar nodig bij te sturen, probeer ik mijn kennis te verfijnen aan de hand van wat de natuur dicteert."
Uitgaan van de genius loci
Ook de woning en tuin moeten volgens Willems een vanzelfsprekende relatie met elkaar aangaan. Zijn ontwerpen ontkiemen dan ook steevast binnen de context van de leefomgeving. "Welke ruimte wordt het meest gebruikt? Waar zitten de bewoners gebruikelijk wanneer ze naar buiten turen, en welk beeld zien ze van daaruit? Die vragen stel ik steevast, want een vrij en aantrekkelijk zicht hebben, zonder dat massieve structuren het uitzicht doorkruisen, wordt veelal over het hoofd gezien", legt hij uit.
Leidend daarbij is de eigenheid van de plek, de zogenaamde genius loci. "Lang niet elk terrein kijkt uit op een glooiend weiland of pakt uit met uitgesproken natuurschoon. In een ingesloten stadstuin of een compacte verkaveling speur ik net zo goed naar dat ene subtiele houvast dat het geheel karakter geeft. Door speels om te gaan met hoogtevallen, keermuren en doordachte spiegelvijvers trachten we zelfs de meest ingesloten percelen op te waarderen."
Greep uit het portfolio
Die filosofie laat zich het best lezen in de tuinen die Willems door de jaren heen onder handen nam. "Hoewel elke locatie andere vraagtekens opwerpt en de fysieke omstandigheden telkens sterk uiteenlopen, blijft ons uitgangspunt onveranderd."
Biozwembad in Moortsele
In Moortsele verweefde Willems een natuurlijk zwembad op harmonieuze wijze met de reeds aanwezige, volgroeide bomen en subtiele architecturale accenten. Door bewust gebruik te maken van aangelegde gradiënten in de oever- en beplantingszones, krijgen uiteenlopende planten en dieren elk hun eigen, specifieke leefzone toebedeeld. "Het stilstaande water dient nu als een spiegel voor de bestaande boomkruinen en trekt een rijke variatie aan fauna en flora aan, zonder dat de buitenruimte ook maar enigszins aan zijn serene en rustgevende werking inboet", oppert Stefaan.
Wateroverlast omgebogen tot troef
Op een glooiend perceel in Brakel stroomde het regenwater onophoudelijk richting de aanliggende woning, waardoor de bewoners geregeld met wateroverlast kampten. Om dit hoofdzeer structureel aan te pakken, groef Willems over de volledige lengte van het perceel een diepe wadi die het overtollige water doeltreffend opvangt en geleidelijk laat insijpelen in de bodem. Subtiele, slanke brugjes overspannen de natuurlijke opvangzone, waardoor het gazon er visueel onder doortrekt en de ruimtelijke continuïteit behouden blijft. Bloemrijke zones begeleiden het geheel en laten de tuin aan één zijde overvloeien in het achterliggende landschap.
WIST JE DAT...
Een doodgewone brandnetel de vaste kraamkamer is voor zo’n veertig verschillende vlindersoorten? "De meeste mensen zien hem liever gaan dan komen, maar ecologisch valt er veel mee te winnen en de zaden zijn op de koop toe ontzettend voedzaam", vertelt hij. Ook look-zonder-look, het vaste adres voor het oranjetipje, mag bij hem ruim zijn gang gaan.
Piepjonge tuin omringd door boomkwekerijen
Elders ontwierp Stefaan een nog piepjonge buitenruimte tussen omringende boomkwekerijen. Tegenover de strakke, agrarische omgeving plaatste Willems een gelaagde, natuurlijke invulling, met fruitbomen en een karaktervolle veldesdoorn die de ruimtelijke structuur schragen. Een royaal terras trekt het binnenleven vloeiend naar buiten en versterkt de relatie tussen woning en tuin. Ter hoogte van het terras en vanuit de woning is een waterpartij zichtbaar. Het aanwezige hoogteverschil ving hij op met een zitbank, uitgewerkt in kleiklinkers.
Binnentuinen met maatschappelijke functie
Voor woonzorgcentra in Eeklo (Huis Coppens) en Gentbrugge (Woonzorgcentrum De Vijvers) werkte Greenarchitects aan enkele binnentuinen, telkens vanuit een andere context. Het project in Eeklo bevond zich volledig op het dak, wat meteen een aantal technische beperkingen met zich meebracht. "We beschikten over slechts vier steunpunten waarop we al dat gewicht konden verdelen, dus hebben we daar vier bomen geplaatst." Ook de waterhuishouding en toegankelijkheid vroegen de nodige aandacht. "De brede rondgang moest geschikt zijn voor rolstoelgebruikers, terwijl de hoge omliggende gebouwen voor een uitgesproken verschil tussen zon- en schaduwplekken zorgden. Dat beperkte de plantkeuze, maar liet tegelijk toe om met een aantal groeiplaatsen te werken. Aan de buitenzijde werd de beplanting dan weer afgestemd op het bos dat achter het gebouw ligt, zodat de overgang tussen beide minder abrupt overkwam."
De binnentuinen in Gentbrugge werden op hun beurt afgestemd op de noden van bewoners met dementie. "Daar hebben we gekozen voor beplanting die herinneringen aan vroeger oproept, zoals nostalgische plantensoorten en traditionele rozenstruiken." Tevens werd er ruimte gereserveerd voor een moestuin, waar de bewoners werden gestimuleerd om de handen uit de mouwen te steken.