OpinieArchitectuur

“Het is vijf na twaalf, maar de kaarten liggen goed voor echte verandering”

Kati Lamens NAV

Kersvers NAV-voorzitter Kati Lamens fileert de staat van het beroep en denkt concreet na over oplossingen.

Katrien Depoorter - 26 mei 2026

Kati, waarom koos je voor een tweede mandaat als NAV-voorzitter?

“Na mijn vorige voorzitterschap ben ik altijd actief gebleven binnen verschillende beroepsgerelateerde organen, waaronder Architecten-Bouwers en als voorzitter van de gecoro’s van Vilvoorde en Grimbergen. Wat me daarbij opvalt, is dat we overal met dezelfde uitdagingen worstelen, maar vaak oplossingen proberen te formuleren vanuit de schaal van het individuele orgaan, terwijl we beleidsdomeinoverschrijdend eigenlijk dezelfde belangen delen. Zo geraken we er niet. We moeten breder durven kijken. NAV is de afgelopen jaren sterk gegroeid op het vlak van belangenbehartiging. Van daaruit kunnen echt impactvolle stappen gezet worden, net omdat de vereniging verschillende stemmen samenbrengt en standpunten breed gedragen worden geformuleerd. Door daar opnieuw mijn schouders onder te zetten, voel ik dat ik vandaag het meeste kan betekenen voor het beroep en de sector. En eerlijk: die drive heeft er altijd ingezeten. Vanuit een zeker ongeduld, maar ook met de ervaring van vandaag, wil ik vooruit. Zeker nu de werkbaarheid van ons beroep zo onder druk staat.”

De prijs van complexiteit

Wat raakt jou vandaag het meest?

“De economische leefbaarheid van ons beroep. Die hangt samen met de wet van ’39, maar ook met de administratieve last en de toenemende regeldruk. Als ik de afgelopen dertig jaar overschouw, kan ik alleen maar vaststellen dat elk onderdeel van onze job complexer is geworden en het takenpakket steeds groter. De tijd die we in dossiers steken is exponentieel toegenomen, terwijl het ereloon niet is meegegroeid. Dat heeft veel te maken met bijkomende regelgeving en met de verschuiving naar de vergunningsfase van projecten. Opdrachtgevers en ontwikkelaars moeten vandaag al zwaar investeren nog voor ze weten of ze überhaupt mogen bouwen. Tegelijk gaan architecten en aannemers gebukt onder een scheefgetrokken wedstrijdcultuur bij opdrachtgevers.”

Wat zijn de gevolgen daarvan in de praktijk?

“Kleine, middelgrote en grote kantoren staan vandaag onder immense druk om onder de marktprijs te werken om opdrachten binnen te halen. In Brussel zijn er momenteel bijvoorbeeld zo weinig openbare opdrachten dat soms vijftig kandidaten intekenen op één project, waarbij winnende kantoren hun ereloon abnormaal laag laten zakken. Zelfs als je uiterst efficiënt werkt en je strikt beperkt tot de minimumopdracht, rijst de vraag: hoe betaal je daar nog personeel mee? Hoe hou je zo’n kantoor draaiende? Dergelijke verhalen tonen voor mij aan dat het niet vijf voor, maar vijf na twaalf is. Ik vraag me oprecht af hoelang het nog duurt voor we een golf van faillissementen zullen zien. Architecten dragen een enorme wettelijke verantwoordelijkheid, terwijl de hoeveelheid te presteren uren daarvoor steeds moeilijker uit te leggen valt.”

“Uiteraard moeten we als sector ook naar onszelf kijken. Je kan opdrachtgevers aanspreken op betere voorwaarden, maar zolang architecten zelf blijven intekenen aan onhoudbare voorwaarden, houden we het systeem mee in stand. Meer onderlinge solidariteit binnen de sector is daarom essentieel.”

“Beleidsmakers horen onze grieven, maar komen vervolgens met initiatieven om de vergunningsplicht hier en daar af te schaffen, in plaats van echt na te denken over vereenvoudiging en een rem op de regeldrift. Tegelijk staan andere spelers klaar om delen van onze opdracht over te nemen, zonder dezelfde aansprakelijkheden te dragen. Een nieuwe ombudsdienst bouw zal dan weer bemiddelen in schadegevallen. Deze situatie is niet meer houdbaar. De rekker is volgens mij al lang geknapt. Veel kantoren zitten vandaag in overlevingsmodus.”

Een generatie die grenzen stelt

Kan je beginnende kantoren kwalijk nemen dat ze zichzelf op de kaart willen zetten en daardoor minder solidair handelen?

“Ik denk niet dat deze stelling vandaag nog klopt. Wat ik vandaag zie, is dat jonge architecten net verstandiger zijn dan wij destijds. Voor complexe projecten gaan ze allianties aan met kantoren die over de nodige expertise beschikken. Bovendien hoor ik tijdens sollicitaties en evaluaties dat er nog weinig starters een eigen kantoor willen beginnen. Ze beseffen dat het alsmaar moeilijker wordt om alles alleen te dragen. Wat jonge architecten ook typeert, is dat ze hameren op een correcte vergoeding. Dus als zij deelnemen aan wedstrijden of aanbestedingen, dan verwacht ik dat ze net minder geneigd zijn om onder de prijs te gaan werken. Het probleem zit eerder in de markt: er zijn minder opdrachten en de concurrentie is groot. Daarom zeg ik: het is een én-én-verhaal. We hebben betere opdrachten nodig, minder administratieve last én meer solidariteit binnen de sector. Het één werkt niet zonder het ander.”

Zie je grote verschillen met je vorige mandaat?

“De geopolitieke context is veranderd, de druk is toegenomen en de complexiteit is groter geworden. Maar de kern van het probleem is gelijk gebleven: overheden maken nog steeds regelgeving vanuit afzonderlijke beleidsdomeinen, zonder de impact van deze maatregelen op elkaar te zien. Voor architecten is er geen coherent beleid, maar een optelsom van regels en verplichtingen. Die versnippering is de voorbije tien jaar zo sterk toegenomen dat het in sommige gevallen absurd en onwerkbaar geworden is. Onlangs hadden we nog een dossier waarbij de ambtenaar aangaf dat we goed hadden gemotiveerd waarom we op een klein perceel geen regenwaterput konden voorzien. Het ontwerp zette volop in op groendaken en volledige infiltratie op eigen terrein. Toch luidde het antwoord: ‘Onze gemeente eist een put. Geen put is geen vergunning.’”

“Vandaag zien we dat elke bestuurslaag eigen accenten legt en checklists afvinkt zonder beleidsdomeinoverschrijdend te denken. Dat maakt het werk voor architecten bijzonder moeilijk. Bovendien ervaren we dat de aanname van minister Brouns niet klopt dat minder vergunningsplicht automatisch leidt tot minder administratieve last. De complexiteit van het omgevingsloket blijft bestaan, terwijl de chaos en de veiligheidsrisico’s alleen maar groter worden.”

Van allrounder naar specialist

Je vertelde tijdens je presentatie voor de voorzittersverkiezing dat je recent een bachelor toegepaste architectuur aanwierf in plaats van een stagiair-architect, en dat dat gepaard ging met een zeker schuldgevoel. Vanwaar die keuze?

“Een stagiair wordt vandaag nog altijd geacht als allrounder te worden opgeleid om te voldoen aan de stagevoorwaarden van de Orde van Architecten. Ik leid al 25 jaar met veel passie stagiairs op, want ik had zelf ooit een stagemeester die mij alle kansen gaf om het beroep te leren. Maar vandaag vraagt het enorm veel tijd en energie om jonge profielen hun weg te laten vinden in het regelgevend en bouwtechnisch kluwen waarin we werken. Ons kantoor had nood aan iemand die praktisch inzetbaar was. Wanneer de verhouding tussen input en output niet meer onder controle blijft, komt ook de rendabiliteit van een kantoor onder druk te staan. Bachelors zijn vaak sneller inzetbaar, en dat maakt een groot verschil.”

“De opleiding architectuur is de afgelopen jaren sterk geëvolueerd. Sinds de inkanteling van de hogescholen in de universiteiten is ze veel academischer geworden. Dat is op zich geen probleem, maar de praktische component is wel afgenomen. Veel vaardigheden moeten vandaag volledig op de werkvloer worden aangeleerd, binnen een tijdspanne van twee jaar.”

“Het idee dat je op korte termijn nog allrounders kan vormen, legt de druk bijzonder hoog. Met de huidige complexiteit is dat eigenlijk niet meer realistisch. Twee jaar is vaak te kort om alle aspecten van het beroep degelijk te leren, laat staan zelfstandig toe te passen. In de praktijk leer je pas echt door autonoom te werken, en daar is tijd voor nodig. Bovendien is het beroep vandaag zo breed geworden dat niemand nog alles in de diepte kan beheersen. Dat zie je ook binnen kantoren: de ene collega is sterk in hemelwater- en technische regelgeving, een andere in stedenbouwkundige complexiteit. Net die specialisaties vormen vandaag een sterkte. Daarom is het moeilijk te begrijpen waarom iedereen nog steeds volgens dat oude model van de allround architect moet worden opgeleid.”

Kortom: een stagehervorming dringt zich meer dan ooit op?

“Ja, maar dat is werk voor de Orde. Die erkent intussen wel dat er een stagehervorming nodig is, maar de vooruitgang gaat mij te traag. Dat en de wet van ’39 hervormen zijn nochtans haar kerntaken. De rest kan wachten.”

“Als we opdrachtgevers helpen om betere opdrachten te maken, win je langs beide kanten”

Wat wil je zelf het eerst aanpakken met NAV als kersvers voorzitter?

“Goed opdrachtgeverschap, want daar begint het. Vandaag zien we dat veel opdrachtgevers eigenlijk niet weten hoe ze een goede opdracht moeten formuleren. Ze kopiëren bestaande modellen, met alle fouten van dien. Daar ligt een rol voor NAV. Wij hebben die knowhow in huis. Als we opdrachtgevers helpen om betere opdrachten te maken, win je langs beide kanten: minder werk voor hen, betere voorwaarden voor ons. Sterk opdrachtgeverschap leidt tot betere architectuur, net zoals goed opdrachtnemerschap trouwens.”

Hervorming Wet ’39: ’t is van moeten

Dirk Mattheeuws betreurde dat er tijdens zijn mandaat geen consensus kwam over de wet van ’39 binnen NAV. Zal dat tijdens jouw mandaat wel lukken?

“Het moét. In mijn vorige mandaat zaten we inhoudelijk eigenlijk dicht bij een consensus. Alleen was de rest van de sector toen niet mee. Vandaag is de context anders: de samenwerking met de Waalse collega’s verloopt goed, een verdienste van Steven en Dirk de voorbije jaren. De kaarten liggen optimaal: we zitten in een betere uitgangspositie dan vroeger binnen onze beroepsgroep, maar we moeten het nu wel durven vastpakken en afronden.”

“Als het kader toelaat om het beroep moderner te organiseren, worden kantoren ook economisch sterker en ontstaat er meer ruimte om in te zetten op kwaliteit. Vandaag moeten architecten nog te vaak via allerlei omwegen werken om binnen een verouderd systeem toch werkbaar te blijven. In mijn eigen praktijk werk ik bijvoorbeeld met een mandaatformule waarbij ik prijs- en termijngaranties geef aan opdrachtgevers. Daardoor kan ik de regie over het project behouden en, in overleg met de klant, zelf partners kiezen. Dat werkt goed, maar botst op de grenzen van het huidige juridische kader. Ik kan geen volledig geïntegreerde verantwoordelijkheid opnemen samen met de uitvoerende partners, waardoor de eindverantwoordelijkheid uiteindelijk toch bij de opdrachtgever blijft liggen. Een systeem dat meer geïntegreerd werken mogelijk maakt, mét duidelijke onafhankelijkheidswaarborgen, zou volgens mij zowel efficiënter als competitiever zijn.”

“Vandaag leeft nog te vaak het idee dat je pas een ‘echte architect’ bent na de klassieke stage en het penhouderschap”

Wat wil je jonge architecten die vernemen dat het ‘vijf na twaalf’ is nog meegeven?

“Dat ze vooral moeten uitzoeken welk deel van het vak hen het meeste voldoening geeft, en op basis daarvan hun werkplek kiezen. Dat hoeft vandaag niet per se een architectenkantoor te zijn. Overheidsdiensten kampen bijvoorbeeld met een tekort aan goed opgeleide profielen in ruimtelijke ordening, waardoor mensen met andere achtergronden worden aangeworven en intern omgeschoold. Net daar kunnen architecten, dankzij hun brede academische vorming, een grote meerwaarde betekenen. Dat zou leiden tot beter doordachte ruimtelijke oplossingen en degelijker omschreven opdrachten. Bovendien worden het zo ook sterkere en professionelere gesprekspartners voor architecten. Vandaag leeft nog te vaak het idee dat je pas een ‘echte architect’ bent na de klassieke stage en het penhouderschap. Dat vernauwt het beroep onnodig.”

Tijdens je presentatie voor de voorzittersverkiezing zei je dat NAV assertiever uit de hoek mag komen. Wat bedoel je daarmee?

“Wat ons architecten typeert, is dat we heel lang kunnen zoeken naar een consensus. Op zich een goede zaak, maar soms verliezen we daardoor momentum. We moeten sneller durven zeggen: dit is ons standpunt. Initiatieven zoals de ‘Wall of shame’ tonen aan dat dat werkt. De negatieve reacties die dat initiatief heeft uitgelokt, zijn een goeie zaak. Ze tonen aan dat we het debat hebben opengetrokken. Met de Wall of Fame maken we bovendien ook goede voorbeelden zichtbaar. Belangrijk is dat we durven kiezen en tonen waar we voor staan en dat doen we steeds meer met ludieke en minder klagende communicatie. Dat vergroot ons bereik en onze impact.”

Architectuur vraagt bondgenoten

Je leidt zelf een kleiner kantoor. Hoe zorg je ervoor dat je als voorzitter ook voldoende voeling houdt met de realiteit van grotere bureaus?

“De verschillen zijn er natuurlijk, maar de uitdagingen waar kleine en grote kantoren vandaag mee worstelen, zijn gelijkaardig. Het komt er dus vooral op aan om die gemeenschappelijke noden te benoemen en aan te pakken. Tegelijk geloof ik sterk in complementariteit. Grote en kleine kantoren hebben elkaar nodig en kunnen elkaar versterken, zeker als we meer inzetten op samenwerking en specialisatie. De rol van NAV – en ook die van mij als voorzitter – is net om die verbinding te maken en ervoor te zorgen dat iedereen zich gehoord en vertegenwoordigd voelt.”

“Via onze regio’s, werkgroepen en communities capteren we heel goed wat er leeft in de sector en waar de noden zitten. Ik zie een steeds groter engagement ontstaan. In regio Antwerpen hebben architecten elkaar bijvoorbeeld gevonden om samen inhoudelijke dossiers aan te pakken. Ook binnen de community Vrouwen in Architectuur zie je hoe de bekommernissen van vrouwelijke architecten worden vertaald naar concrete oplossingen waar uiteindelijk de hele sector beter van wordt, zoals de pocket rond langdurige afwezigheid. Dat gedeelde gevoel dat het ‘vijf na twaalf’ is, brengt veel energie samen. En net die dynamiek, die bereidheid om samen oplossingen te zoeken, heeft mij overtuigd om opnieuw voor het voorzitterschap te gaan.”

bron: NAV

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
22 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine