De Gouden 8
De gouden raad bij werken onder spanning: 8 te volgen punten.

1. Bereid de werkzaamheden goed voor
Onderzoek aandachtig de installatie waar je aan moet werken. Ga na hoe je de installatie moet scheiden en welke andere maatregelen je moet nemen om de veiligheid te waarborgen.
2. Scheid de elektrische installatie
Scheid het gedeelte van de installatie waaraan gewerkt moet worden van alle voedingsbronnen met daarvoor geschikte middelen.
3. Voorkom herinschakeling
Dat doe je bij voorkeur door het bedieningsmechanisme te vergrendelen. Indien een mechanische vergrendeling niet mogelijk is, moet je andere maatregelen nemen. Indien de onderbrekingsinrichting een hulpenergiebron nodig heeft, moet ook die voedingsbron buiten bedrijf worden gesteld.
4. Controleer de spanningsafwezigheid
Ga met de juiste uitrusting na of de installatie spanningsloos is. Doe dat op alle actieve geleiders binnen de werkzone of in de onmiddelijke nabijheid ervan.
5. Aarden, ontladen en kortsluiten
Voor je begint te werken, moet je ervoor zorgen dat er geen spanning meer aanwezig kan zijn in de installatie.
Bij hoogspanning moet je de installatie altijd aarden, ontladen en kortsluiten. Zo voorkom je dat de installatie onverwacht weer onder spanning komt te staan.
- Aarden betekent dat je een elektrische installatie verbindt met de aarde. Waarom? Als er toch nog spanning op de installatie komt, wordt die veilig afgevoerd naar de grond in plaats van door je lichaam. Je zorgt er dus voor dat elektriciteit een veilige weg krijgt.
- Door te ontladen zorg je dat alle opgeslagen energie (in bv. lange kabels, bepaalde elektronische componenten) verdwijnt. Ontladen gebeurt door de installatie te verbinden met de aarde of via speciale ontlaadweerstanden.
- Kortsluiten betekent dat je de verschillende geleiders (draden) met elkaar verbindt. Waarom? Als er toch spanning op komt, ontstaat er onmiddellijk een kortsluiting, waardoor:
- de beveiliging (zekering/differentieel) uitschakelt;
- de installatie spanningsloos blijft.
Bij laagspanning is aarden en kortsluiten alleen nodig als er een kans is dat er plots opnieuw spanning kan komen, bijvoorbeeld door een noodgenerator.
6. De elektrische installatie afbakenen en/of afschermen
Zijn er in de buurt van je werkplek nog delen die onder spanning staan? Dan moet je die duidelijk afbakenen of afschermen. Dit kan bijvoorbeeld met: linten of hekken, afschermkappen, waarschuwingsborden enz. Zo zorg je ervoor dat niemand per ongeluk in contact komt met gevaarlijke delen.
7. De elektrische installatie vrijgeven
De werkverantwoordelijke is de enige persoon die aan het uitvoerend personeel de toestemming mag geven om de werkzaamheden te beginnen.
8. Terug onder spanning brengen
Wanneer de werkverantwoordelijke zeker is dat de elektrische installatie klaar is om opnieuw op veilige wijze onder spanning te worden gebracht, meldt hij aan de installatieverantwoordelijke dat de werkzaamheden voltooid zijn. Vervolgens mag de procedure voor het herstel van de spanning worden ingezet onder de verantwoordelijkheid van de installatieverantwoordelijke.