Verlijmen van gevelstenen: een stevige opfrisbeurt
Een verhaal van technische expertise en fingerspitzengefühl
Het klassieke beeld van de metselende bouwvakker is voor een stuk achterhaald. Steeds vaker worden gevelstenen verlijmd, wat maakt dat het gekende truweel zijn plaats al enige tijd moet delen met de spuitzak, het lijmpistool of de handmortelpomp. Het is een volwaardige uitvoeringsmethode geworden voor wie snelheid, maatvastheid en een strak gevelbeeld wil combineren. Toch blijft verlijmen een techniek die weinig vergevingsgezind is. Wie de voordelen wil verzilveren, moet investeren in een goede voorbereiding en aandachtig zijn bij materiaalkeuze.
Waarom verlijmen?
Er is meer dan één reden om het klassieke truweel in te ruilen voor een spuitzak, lijmpistool of -pomp. We zetten voor u de argumenten op een rijtje.
De steen speelt de absolute hoofdrol
Een van de voornaamste beweegredenen waarom voor verlijmen wordt gekozen, is de esthetische look en feel die architecten ermee kunnen realiseren. Als u weet dat een klassieke gemetselde gevel voor zo'n 20% uit voegen bestaat en dat u dit kunt reduceren tot minder dan de helft door te verlijmen, dan is het logisch dat de gevel die u oplevert een pak strakker zal ogen. En het is net voor dat strakke, homogene karakter dat architecten en hun klanten en masse overstag gaan. Het reliëf, de kleur, het formaat: in een verlijmde gevel speelt de steen de absolute hoofdrol.
Voorspelbaar en consistent
Maar er is meer dan alleen het esthetische argument. Ook in prefab en repetitieve productieomgevingen pakt verlijmen uit met een aantal niet te miskennen troeven. Door de beperkte voegdikte kunt u meer controle uitoefenen en zodoende nauwkeuriger en consistenter werken. Het resultaat is voorspelbaar, wat een grote meerwaarde is voor toepassingen in off-site construction.
Geen voegwerk en hogere hechtsterkte
Verlijmen vraagt specifieke skills en precisie. De maatvoering, het snijwerk, de ervaring: het zijn allemaal factoren die de kwaliteit van het eindresultaat zullen bepalen. Als er volgens de regels van de kunst wordt verlijmd, dan levert u een gevel op die een hogere hecht- en buigtreksterkte (in productdocumentatie wordt vaak gesproken over ongeveer een factor 3 hogere hechtsterkte in vergelijking met traditioneel metselwerk), minder kans op uitbloeiing en lagere ‘onderhoudskosten’ heeft. Er hoeft achteraf niet gevoegd te worden, wat betekent dat deze kosten vervallen en u tijd bespaart.
Keerzijde van de medaille
Het is belangrijk dat u de techniek goed onder de knie heeft, want verlijmen is in principe duurder dan klassiek metselwerk. De lijmmortel kost meer dan metselspecie en u heeft meer stenen nodig per vierkante meter omdat u werkt met een dunnere voeg (doorgaans 4-6 mm versus 10-12). Hoeveel stenen precies, hangt af van het formaat. Het verbruik van lijmmortel is dan weer afhankelijk van het type steen, het formaat, de voegdikte en het gebruik van open of gesloten stootvoegen. De effectieve voegdikte wordt bepaald door de combinatie van de geadviseerde voegdikte en de lagenmaat. Zet tien steenlagen uit, meet en deel door tien.
Een ervaren equipe die met alle factoren rekening houdt, die snel, accuraat en slim werkt, is in staat om de kostenkloof tussen verlijmen en klassiek metselwerk te dichten.
Welke stenen?
Een mooie gevelsteen, of het nu gaat om een handvorm-, vormbak- of strengperssteen, in combinatie met een stevige kwalitatieve lijmmortel, levert niet alleen een mooi ogende gevel op, de combinatie zorgt ook voor een ‘stevigere muur’.
In principe kan elke gevelsteen verlijmd worden. Toch laat de ene steensoort zich al makkelijker verlijmen dan de andere. In werkelijkheid bepaalt het gedrag van de steen mee of het systeem stabiel en efficiënt werkt. Vorm, perforatie, oppervlaktestructuur en wateropname zijn daarbij geen details, maar richtinggevende parameters.
Bij geperforeerde strengpersstenen vragen de perforaties extra uitvoeringszorg en doorgaans ook meer lijmmortel. De lijmrupsen moeten de perforaties minstens aan voor- en achterzijde correct afsluiten. Bij vormbakstenen met een frog is het lijmverbruik hoger en is er een langere verwerkingstijd door de iets moeilijkere positionering.
Welke lijmmortel?
Initiële wateropname
Een lijmmortel bestaat doorgaans uit een mengsel van zandcement, een waterhoudend additief en watergedragen polymeren. De exacte receptuur moet aansluiten op de eigenschappen van de steen, in het bijzonder op de initiële wateropname (IW). De initiële wateropname van de steen bepaalt hoe snel vocht aan de mortel wordt onttrokken.
Handvorm bakstenen en kalkzandstenen bijvoorbeeld, staan gekend als sterk zuigend. Hardgebakken strengpersstenen en keramische binnenmuurstenen zijn dan weer zeer weinig zuigend. De keuze van de lijmmortel gebeurt in functie van de initiële wateropzuiging (IW) van de steen. Sommige fabrikanten vertalen die IW-klassen naar producttypes A, B of C.
Sterk zuigende stenen vereisen in die optiek een ‘Type A-lijmmortel’, matig en normaal zuigende stenen vragen ‘Type B’ en zeer weinig zuigende gevelstenen ‘Type C’.
De exacte staat van de steen
Een steen die op papier binnen een bepaalde klasse valt, kan zich op de werf anders gedragen door regenbelasting, stockage of een nabehandeling van het oppervlak. Precies daarom volstaat een technische fiche niet altijd als enige beslissingsbasis. Als u kiest voor een lijmmortel die niet compatibel is met de gekozen steen of geen rekening houdt met de 'conditie' van de steen bij de start van het verlijmen, dan riskeert u problemen met hechting, uitharding en vochtdoorslag.
Kleur speelt een rol
Bij verlijmde gevelstenen is de voeg dun, maar nooit onzichtbaar. De kleur van de mortel heeft een invloed, zij het beperkt, op het totaalbeeld. Om ervoor te zorgen dat diepteverschillen, open stootvoegen of minieme toleranties niet al te sterk opvallen, raden experts aan om de kleur van de lijmmortel af te stemmen op de kleur van de steen. Meestal wordt een lijm aangeraden die donkerder is dan de kleur van de steen. Er zijn uiteraard ook voorbeelden waar dit bewust niet werd toegepast. Inmiddels bieden lijmmortelfabrikanten al heel wat kleuren aan. Sommige lijmfabrikanten adviseren om met stalen te werken en om een ‘proefmuur’ te zetten, vooraleer effectief het bouwproces aan te vatten.
Dunbedmortel versus lijmmortel versus doorstrijkmortel
In de praktijk worden dunbedmortel, lijmmortel en doorstrijkmortel nog te vaak op één hoop gegooid. Dat hoeft niet te verwonderen, gezien de voegbeelden van de drie ‘systemen’ vrij dicht bij elkaar kunnen liggen. Als we puur kijken naar het esthetische, dan hoeven dunbedmortels en doorstrijkmortels niet onder te doen voor lijmmortels. Er is een klein verschil in breedte van de voeg maar die is verwaarloosbaar: 4-6 mm bij lijmmortel versus 4-8 mm bij dunbedmortel en 4-12 mm bij doorstrijkmortel. Op technisch vlak en plaatsing zijn er wel degelijk verschillen.
Dunbedmortel leunt qua verwerking dichter aan bij klassiek metselwerk. Lijmmortel vraagt iets meer nauwkeurigheid en een consequenter ritme. Doorstrijkmortel zit daar ergens tussenin en combineert metselen en voegafwerking in één beweging. Welke techniek het meest geschikt is, hangt met andere woorden niet alleen af van het gewenste uitzicht, maar ook van de ploegervaring, de detaillering en de werforganisatie.
Voor het verlijmen …
Een essentieel onderdeel van elk type metselwerk is de maatvoering. Dat is hier niet anders.
Afschermen tegen klimatologische omstandigheden
De stockage van de stenen is een aandachtspunt. Zoals u eerder al kon lezen, kunnen de karakteristieken van stenen veranderen. Als de stenen blootgesteld worden aan regenweer of vocht hebben opgenomen op de werf, dan wordt de verwerking ervan minder voorspelbaar en bestaat het risico op een slechte hechting. Zorg er dus voor dat ze te allen tijde afgedekt zijn. Regent het tijdens de werken of zakken de temperaturen onder 5 °C? Zorg dan ook voor voldoende bescherming van de stenen.
Kies het ‘handigste’ gereedschap
Het verlijmen op zich lijkt eenvoudig, maar de foutenmarge is klein. Toch heeft de bouwtechniek nog weinig geheimen voor de doorgewinterde professional. Waar er vroeger tal van opleidingen werden georganiseerd om te leren verlijmen, is dat vandaag niet meer of toch veel minder het geval. Verlijmen is met andere woorden een volwassen bouwtechniek geworden. Fabrikanten bieden wel nog steeds begeleiding en hulp bij een opstart.
Er zijn doorgaans vier gereedschappen voor handen: de spuitzak en het manuele en machinale lijmpistool (met schroefboormachine, accu of lijmpomp). Sommige lijmfabrikanten spreken hun voorkeur uit voor een lijmpomp met wormschroef, aangedreven door een schroefboormachine of accugereedschap. De argumentatie hierachter is dat de specie zich voldoende mengt in de pomp en dat de lijmmortel homogeen blijft als hij de uitstroomopening verlaat. Daarenboven worden een pomp en pistool ook vaak aangeraden voor langere metselsteenlagen zonder complexe details. Een spuitzak is een goed alternatief, maar vergt een zorgvuldige samenstelling, menging en applicatie.
Werfinrichting
Het belang van een goede werfinrichting wordt vaak nog onderschat. Wilt u machinaal werken, dan moet u hier vooraf rekening mee houden. Voorzie voldoende plaats op de stelling en kies voor een bredere stelling of een aparte stelling voor de pomp. Vermijd dat stellingbuizen te dicht bij de gevel staan. Is dit wel het geval, dan kunt u de lijmmortel onmogelijk ononderbroken aanbrengen in de gevel. Ook de profielen verdienen uw aandacht. Zet die niet tegen het metselwerk zelf, maar gebruik blokjes zodat u die verder weg van het metselwerk kunt plaatsen. Zo vermijdt u lijmophopingen.
Uitvoering vraagt discipline
Mengen volgens de richtlijnen van de fabrikant
De voorbereiding van de mortel moet consistent gebeuren, met respect voor de verwerkingsvoorschriften.
Giet eerst een afgemeten hoeveelheid schoon, koel leidingwater in de menger. Schud vervolgens 1 of 2 zakken lijmmortel leeg in de menger. Opteer voor een emmer, niet voor een mengkuip. De juiste dosering is afhankelijk van de toepassing, kleur en gewenste verwerkingsconsistentie. Een platte mortel maakt u dikker door wat extra poeder toe te voegen, het is echter niet aangeraden om een te dikke mortel te 'verdunnen' door extra water toe te voegen. De mengtijd is ingesteld op enkele minuten. Sommige fabrikanten spreken over minstens vier minuten om tot een homogene, klontenvrije massa te komen.
Let erop dat u niet meer lijmmortel aanmaakt dan binnen de aangegeven verwerkingstijd kan worden opgebruikt. Een ‘uitgedroogde’ lijmmortel mag nooit ‘opgefrist’ worden met water.
Eerste steenlaag
Een lijmmortel wordt nooit gebruikt voor de eerste steenlaag. De oneffenheden van een betonvloer worden altijd opgevangen door de eerste steenlaag in mortel te leggen. Dat is essentieel voor een kwalitatief eindresultaat.
Spuitzak, handmortelpomp of lijmpomp?
De keuze tussen spuitzak en lijmpomp is een uitvoeringsbeslissing. Op lange, rechte gevelvlakken met weinig complexe aansluitingen is de lijmpomp in het voordeel: ze werkt sneller, houdt de aanvoer constanter en maakt een regelmatige lijmverdeling beter beheersbaar.
In moeilijk bereikbare zones, bij fijnere detaillering of op werven waar de opstelling minder gunstig is, biedt de spuitzak meer controle. Daar staat tegenover dat ze meer gevoel vraagt voor dosering, kracht en tempo. Welke methode ook wordt gekozen, de kwaliteit staat of valt met dezelfde discipline: een correct gemengde mortel, een gelijkmatige rups, een aangepaste gereedschapskeuze en een team dat er het ritme inhoudt.
Vlijen als een expert
De stenen worden op de traditionele wijze langs een draad in de gevel gelegd. Het fingerspitzengefühl zit hem in de manier waarop u de steen vlijt in de lijmmortel. De techniek is geen rocket science, maar vraagt wel een zorgvuldige aanpak. De lijmmortel moet gelijkmatig worden verdeeld over het oppervlak van de steen, en moet voldoende terugliggend zijn aangebracht.
Plaats de steen vervolgens licht schuin, van voren naar achteren in het geval van twee lijmrupsen. Bij één lijmrups adviseren sommige bronnen een tegenovergestelde werkwijze.
Druk gelijkmatig aan en corrigeer meteen als u merkt dat de steen niet goed gepositioneerd ligt. Omdat verlijmen een precieze uitvoering vereist, is het aanbevolen om met twee personen te werken. Terwijl de ene persoon de lijm aanbrengt, vlijt de ander de stenen, nadat deze de koppen heeft verlijmd.
Als er smet optreedt, laat u alles minimaal 15 minuten uitharden, waarna u met een voegspijker de verharde specie wegkrabt.
Detaillering
Openingen zonder zichtbaar L-profiel of console zijn enkel in specifieke gevallen mogelijk. Ze moeten bij voorkeur door een studiebureau worden berekend en blijven in de praktijk doorgaans beperkt tot overspanningen van circa 3 meter, meestal mét wapening in de lintvoegen.
Ook spouwankers, wapening en dilataties vereisen uw aandacht. Richtlijnen schrijven platte rvs-spouwankers en platte voegwapening voor, beide geschikt voor dunne voegen en correct ingebed in de lijmmortel. Voor dilatatievoegen gelden over het algemeen dezelfde regels en afstanden als bij traditioneel metselwerk.
Met dank aan Omnicol en Wienerberger